In nauwe samenwerking met Guido Van Wambeke stelde Kristien Hemmerechts in 2023 ‘Ik zal alles verdragen, ook mezelf’ samen, bevattende de dagboeken van Leopold Flam (1912-1995) tot 1957, toen de filosoof een meer openbaar bestaan begon te leiden als docent aan de VUB en zijn dagboeken ging gebruiken voor zijn vele publicaties. Enkele maanden na het verschijnen van het boek kregen Hemmerechts en Van Wambeke te horen dat een nieuwe lading dagboeken was ontdekt, met daarbij ook enkele dagboek van Flams vrouw Julia. Voor beide auteurs voldoende redenen om Flam 2.0 samen te stellen. Belangrijk is het hier op te merken wat Hemmerechts noteert in haar ‘vooraf’: ‘In Flam 2.0 treden we zelf meer op de voorgrond, als gids, als verteller.’ Dat heeft onder meer te maken met de impact die Flams geschriften en ideeën hadden op haar, ‘Flam hield ons een spiegel voor. Hij deed ons beseffen dat ook wij – net als de meeste mensen – vaak tegenstrijdig zijn, dat ons zelfbeeld niet altijd klopt, dat we meer begrip opbrengen voor onszelf dan voor een ander.’ (p. 338) Een algemene interpretatie van Flams gedachtegoed vat zij zo samen: ‘Bij Flam is uiteindelijk alles persoonlijk, hij schrijft altijd over zichzelf, over zijn aanvoelen en zijn ervaren. Hij had niet altijd de moed er openlijk voor uit te komen, hij goot het in een filosofie, hij veralgemeende zijn persoonlijke situatie.’ (p. 336) Hemmerechts biedt een overzicht van het leven van Leopold Flam, dan diens eerste jaren in Lublin tot en met zijn dood in 1995. Bijzonder boeiend wordt het als zij deelfragmenten uit dagboeken vergelijkt met de versie die Flam soms tientallen jaren noteerde in een vorm van terugblik, waarbij het gebruik over zichzelf te schrijven in de derde persoon laat aanvoelen hoe hij zelf meer dan eens afstand wilde nemen van het eigen ik. Flams liefdesleven komt nadrukkelijk aan bod, met daarin één constante: de relatie met zijn vrouw Julia was er een van vallen en opstaan: ‘Op afstand kon zij voor hem de ideale, aanbeden geliefde zijn. De concrete vrouw kon onmogelijk aan dat ideaal beantwoorden. Zij ergerde hem en wekte zijn woede op.’ (p. 231) En, aansluitend hierbij, de zin die hij op 16 augustus 1935 noteert die hier als titel voor het boek fungeert en duidt op Flams niet altijd eenduidige manier van omgaan met alles wat met seksualiteit te maken heeft. Kristien Hemmerechts vat de persoonlijkheid van Leopold Flam als volgt samen: ‘In hem leefden drie mensen: de opstandige communist, de reflecterende hegeliaan, de schuldbewuste Jood. Of anders gezegd: de pragmaticus, de theoreticus en de boeteling.’ (p. 160) Mede door de doordachte aanpak – fragmenten uit de dagboeken worden telkens geduid en waar aangewezen ook geïnterpreteerd – biedt ‘Een altijd is het de vrouw’ een boeiend portret van de mens en de filosoof die Leopold Flam was.