Het 15de-eeuwse Gentse altaarstuk ‘Het Lam Gods’ van de broers Hubert en Jan Van Eyck, hogelijk geprezen door hedendaagse schilders zoals Michaël Borremans en Luc Tuymans, is de ‘Mona Lisa’ van België. De diefstal van het paneel ‘De Rechtvaardige Rechters’, onderdeel van het veelluik, in 1934, blijft ook na meer dan negentig jaar intrigeren getuige de in januari 2026 op VRT1 uitgezonden reeks ‘Mysteriejagers’ en de met regelmaat verschijnende publicaties over het altaarstuk en de diefstal. Daartoe behoort ook dit boek, dat trouwens min of meer een spin-off van de tv-reeks is. In het kader van de research naar de diefstal voor het televisieprogramma kwamen de bij de tv-reeks betrokken onderzoeksjournalisten Tom De Smet en Wannes Roelant op het idee om het bredere verhaal van ‘Het Lam Gods’ in beeld te brengen. In ‘Verkocht, gestolen en bijna vernietigd’ vertellen de auteurs ‘De turbulente geschiedenis van Het Lam Gods’, zoals de ondertitel luidt.
De geschiedenis van ‘Het Lam Gods’ is inderdaad uiterst woelig geweest, zoals de auteurs laten zien. Vooreerst scheelde het geen haar of het werd nooit afgewerkt door het vroegtijdige overlijden van Hubert Van Eyck in 1432. Drie keer ontsnapte het aan de totale vernietiging: tijdens de Beeldenstorm (1566) en de periode van de calvinistische republiek in Gent (1577-1584), in 1822 als gevolg van een brand en op het einde van de Tweede Wereldoorlog toen het in opdracht van Hitler zou vernietigd moeten worden. Wereldwijd bewonderd en als meesterwerk erkend, werd het tweemaal gestolen: eerst door de Fransen tijdens de annexatie van de Zuidelijke Nederlanden bij de Franse republiek en het Napoleontische keizerrijk om te pronken in het pas opgerichte Louvre en vervolgens door de Duitsers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Overigens waren in het begin van de 19de eeuw de zijpanelen versjacherd, waardoor ze in Pruisen belandden, alwaar ze werden doorsneden, zodat de voor- en achterkant tegelijkertijd konden tentoongesteld worden. De panelen konden bij het Verdrag van Versailles gerecupereerd worden als Duitse restitutie aan België.
De meeste ophef veroorzaakte toch de diefstal in de nacht van 10 op 11 april 1934, die sindsdien blijvende aandacht en met regelmaat nieuwe theorieën over de gebeurtenissen en de vermoedelijke vindplaats genereert. Zo gewagen de auteurs terecht dat de roof van ‘De rechtvaardige rechters’ het monster van Loch Ness van België is: geregeld steekt het de kop op en denkt deze of gene amateurspeurder te weten waar het paneel verborgen zit, met een hernieuwde opstoot aan media-aandacht tot gevolg.
De auteurs nemen de lezer chronologisch mee in die uiterst woelige en bijna zeshonderdjarige geschiedenis van het altaarstuk, maar ook in alle theorieën van would-be-rechercheurs naar het gestolen en verloren gegane paneel. Het boek is eerder journalistiek van opzet en gaat met zevenmijlslaarzen door de geschiedenis vanaf de opdracht tot het schilderen tot de allerlaatste nog lopende restauratie en de actuele verhuizing naar de Sacramentskapel in de Sint-Baafskathedraal. Het werk is niet erg diepgravend, maar biedt wel een leesbare en bevattelijke introductie tot de bijna zes eeuwen durende bewogen geschiedenis van het altaarstuk. Het bevat zwart-witfoto’s en achteraan een bladzijde met leessuggesties voor wie zich verder wil verdiepen in de geschiedenis van Het Lam Gods.