Annelies Vanwalleghem verzamelde een indrukwekkende collectie laatmiddeleeuwse en vroegmoderne kunst. Zij wilde die overwegend religieuze kunst niet louter esthetisch benaderen, maar ook openstaan voor de devotionele mechanismen erachter en doorzien wat die werken wilden opwekken bij de kijker, want juist dat was de bestaansreden van deze kunst. Ze onderzocht dus de meditatieve functie van beelden in de late middeleeuwen en vroegmoderne tijd. Haar onderzoek vindt nu zijn neerslag in een bijzonder fraai uitgegeven publicatie ‘Kunst als instrument voor de ziel. Meditatie in West-Europa 1450-1650’.
Vanwalleghem brengt in haar boek ruim tweehonderd kunstwerken samen: paneelschilderijen, verluchte manuscripten, miniaturen uit getijdeboeken, houtsneden, metaalsneden en kopergravures. Al die objecten werden vervaardigd tussen 1450 en 1650 in het huidige België, Nederland, Frankrijk en Duitsland. Deze tijdspanne biedt haar de mogelijkheid evoluties uit te lichten bij de overgang van de late middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd. Naast chronologische en geografische raakvlakken van deze artefacten is de bindende factor hun devotionele functie: kunst als een middel met verlossing als doel.
Vanwalleghem structureert haar boek in zes hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk ‘Ziel in nood’ verkent waarom en hoe de ziel van laatmiddeleeuwse en vroegmoderne mensen in hun ogen in nood verkeerde, hoe de dreiging verschillende aspecten kon aannemen en wat verlossing voor hen betekende. In de late middeleeuwen moest de individuele gelovige zelf instaan voor die verlossing. Vandaar het belang van allerlei hulpmiddelen, zowel teksten als beelden. Die creëerden een creatieve matrix waarmee de devote mens haar of zijn ziel kon onderzoeken, herstellen en beschermen. Devotionele prenten dienden dus als verlossend instrument en werden daardoor razend populair in West-Europa rond het jaar 1500.
Kunst hielp bij elk aspect van de bedreiging voor de ziel: beelden hielpen sterfelijke mensen te leven met de dood voor ogen (hoofdstuk 2); (aflaat)beelden hielpen in de economische benadering van het werken aan verlossing door het verkrijgen van aflaten (hoofdstuk 3); beelden hielpen om de meditatie te prikkelen, te verdiepen en te sturen (hoofdstuk 4) en bij het in contact treden met God door spirituele progressie en mystiek (hoofdstuk 5). Kunst bood dus bescherming bij elk facet van de bedreiging van de ziel en hielp om via meditatie en mystiek in contact te komen met God.
In het slothoofdstuk ‘Instrument voor de hedendaagse ziel’ actualiseert Vanwalleghem haar kunsthistorische de zoektocht. Kan deze vergeten kunst misschien een instrument vormen voor onze ziel? Zij geeft daarop een genuanceerd en inspirerend antwoord. Kunst die emoties opwekt, kan immers helen en leiden tot zelfintrospectie. Kunst kan nog steeds verbinden met iets wat niet tastbaar is en buiten het zelf ligt. Vanuit het kunstwerk kan de beschouwer via innerlijke gevoelens komen tot inzicht en begrip.
Annelies Vanwalleghem schreef een bijzonder inspirerend werk. De kleurenillustraties zijn zeer verzorgd gereproduceerd. Achteraan vervolledigen noten en een degelijke bibliografie deze bijzonder fraai met leeslint uitgegeven publicatie, die de lezer grondig leert kijken en uitnodigt tot een zekere meditatieve introspectie.