Nu Europa onder druk staat, rijst de vraag wat Europa eigenlijk is? Hoe onderscheidt het continent zich van de andere? Deze en andere vragen wil historicus Hans Mulder beantwoorden in een caleidoscopische geschiedenis van Europa tussen 1500 en 1900, en dat in de vorm van vier boeken, waarvan nu het eerste deel ‘De zestiende eeuw’ verschijnt. De auteur was conservator en docent bij de universiteiten van Utrecht en Amsterdam.
In de inleiding legt Mulder het opzet van zijn project uit. Hij wil tachtig verhalen over Europa vertellen die laten zien welke ontwikkeling het continent tussen 1500 en 1900 doormaakte. Het eindresultaat moet een tetralogie worden. De vorm is gebaseerd op zijn bekroonde boek ‘De ontdekking van de natuur’ (2021). Daarbij wil hij zijn verhalen voorzien van sprekende afbeeldingen in de hoop dat ze samen een indruk geven van een eeuw uit de Europese geschiedenis. De tien thema’s van ieder deel zullen steeds dezelfde zijn en elk thema krijgt twee verhalen (hoofdstukken) die illustratief zijn voor de eeuw.
Het voorliggende werk, het eerste van vier, behandelt de 16de eeuw, die er een was van politieke en religieuze verdeeldheid, maar ook van artistieke en wetenschappelijke interactie en samenwerking. Het begint met een algemene schets als kader voor de andere verhalen: oorlog en vrede (hoofdstuk 1) en handel en kolonialisme (hoofdstuk 2). Hoofdstukken 3 en 4 laten zien hoe de kritiek op de kerk resulteerde in de reformatie. Hoofdstukken 5 en 6 volgen twee reizigers, Erasmus en Jan Huygen van Linschoten. Hoofdstukken 7 en 8 belichten twee drukkers, Aldus Manutius in Venetië en Christoffel Plantijn in Antwerpen. Hoofdstukken 9 en 10 behandelen de cartografie via de makers van stedenboeken, zoals Jacob van Deventer, en atlassen, zoals Mercator. Hoofdstuk 11 gaat de invloed van de Italiaanse renaissance in Europa na en hoofdstuk 12 bespreekt de Engelse toneelrevolutie met Marlowe en Shakespeare. Hoofdstukken 13 en 14 behandelen de studie van de onderwaterwereld en van medicinale planten. Hoofdstuk 15 en 16 analyseren de architecturale innovaties aan de hand van de Sint-Pietersbasiliek en de architect Palladio. Hoofdstuk 17 belicht de vernieuwende onderzoeksmethode van Vesalius en hoofdstuk 18 het wetenschappelijk milieu aan het hof van de Habsburgse keizer Rudolf II in Praag. Hoofdstukken 19 en 20 focussen op de metropool Antwerpen en de regeringszetel Madrid.
Mulder ambieert geen wetenschappelijke verhandeling en het werk heeft dan ook geen voetnoten. Hij maakt via een narratieve vorm historische kennis over de 16de eeuw toegankelijk voor een breed publiek zonder aan wetenschappelijke betrouwbaarheid in te boeten. Natuurlijk blijft dit ambitieus project een hachelijke onderneming. Enerzijds komen sommige onderwerpen er wat bekaaid van af. Anderzijds zijn de verhalen telkens vanuit een welgekozen, maar soms beperkend perspectief geschreven. Mulder is op zijn best als hij in zijn historische verhaal een originele invalshoek kiest, zoals bijvoorbeeld de positie en de rol van vrouwen in de metropool Antwerpen (hoofdstuk 19).
Het werk met leeslint is zeer verzorgd uitgegeven met goed gereproduceerde kleurenfoto’s in de tekst en achteraan een beeldverantwoording, een beknopte, literatuurlijst met verwijzingen naar de hoofdstukken waarvoor het boek in kwestie is gebruikt, en een personenregister. Het is uitzien naar de volgende delen van deze tetralogie.