In ‘Wereldreizigers’ beschrijft Alexander van de Bunt ‘De ontdekking van Europa’, te begrijpen als hoe het Europese continent na de laatste ijstijd ‘ontdekt’ en bevolkt werd. De auteur is archeoloog en landelijk coördinator van ArcheoHotspots, een Nederlandse stichting die archeologie toegankelijk wil maken voor een breed publiek door middel van publieksactiviteiten en participatie. In 2020 debuteerde hij met het goed ontvangen ‘Wee de overwonnenen. Germanen, Kelten en Romeinen in de Lage Landen’ (Omniboek). Ook met dit van opzet ambitieus boek ontpopt Van de Bunt zich als een publieksarcheoloog, die recente academische inzichten wetenschappelijk verantwoord vulgariseert voor een breed publiek.
Na de laatste ijstijd, 12 000 jaar geleden, warmde het klimaat op, landschappen veranderden en de mens bevolkte opnieuw Europa. Hoe bewogen mensen zich en wat dreef hen? Hoe zagen hun samenlevingen en leefwerelden eruit? Die menselijke mobiliteit naar en in Europa kan men volgen dankzij de zogenoemde ‘derde archeologische revolutie’. Die term verwijst naar recente technologische en wetenschappelijke doorbraken in de archeologie, waaronder oud-DNA-analyse, die het mogelijk maken om de vroege mensheid in haar mobiliteit doorheen ruimte en tijd te volgen en haar leefwereld te reconstrueren. (Er is wel geen consensus over wat men dan moet begrijpen als eerste en tweede archeologische revolutie.) De prehistorie werd dankzij de archeologie niet langer slechts een discipline van vondsten, ‘potten’, maar ook van verbanden, die demografische mobiliteit, interactie en vermenging, ecologische milieus en culturele identiteiten zichtbaar maken.
De auteur structureert zijn corpus in tien hoofdstukken met elk een duidelijke focus: de mesolithische jagers-voedselverzamelaars na het einde van de laatste ijstijd (1), de neolithische landbouwrevolutie in Europa (2), de pastorale revolutie met de komst van de Proto-Indo-Europese steppevolkeren (3), de aanvang van de metaaltijdrevolutie in de bronstijd (4), de eerste ‘ontdekking’ van Atlantisch Europa door mediterrane Feniciërs en Grieken (5), de expansie van de Kelten tot in Rome, Delphi en Klein-Azië (6), de Skythen van de steppen versus Darius’ Perzische rijk (7), de Griekse verkenning van Atlantische Europa inde voetsporen van Pytheas van Massalia (8), de Romeinse expansie in Noordwest-Europa, inbegrepen de oversteek naar Engeland (9) en tot slot de contacten voorbij de randen van de wereld, inzonderheid van de Romeinen met China en andersom (10).
Van de Bunt verwerkte heel wat academische literatuur en integreert recente archeologische ontdekkingen op basis van oud-DNA-analyse en paleo-ecologie. Hij vermijdt een lineaire geschiedenisvisie en laat overtuigend zien dat zowel de menselijke stamboom als de menselijke geschiedenis een structuur met een wirwar van ontmoetingen, vertakkingen en zijpaden heeft. Hij geeft de lezer ook heel wat methodologische inzichten mee over de prehistorie en over de moderne archeologische methoden en mogelijkheden.
Zwart-witkaarten in de tekst, een kleurenkatern en achteraan noten, literatuur van antieke en hedendaagse bronnen en een register vervolledigen deze vulgariserende synthese over ‘De ontdekking van Europa’. Wel was een tabel, zij het met het nodige voorbehoud, met de situering van de verschillende culturen in tijd en ruimte nuttig geweest.