Het Oude Egypte liet niet alleen tot de verbeelding sprekende piramiden, tempels en kunstschatten na, maar ook heel wat teksten. Anders dan de geschriften uit de Grieks-Romeinse oudheid zijn die teksten echter nauwelijks bekend bij het grote publiek. Met zijn monumentale bloemlezing ‘Schrijven voor de farao’ laat egyptoloog Hans Schneider de lezer kennis maken met ‘Dertig eeuwen Oudegyptische literatuur’. Dr. Schneider was conservator van de Egyptische collectie en directeur van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
Schneider gaat in zijn degelijke inleiding grondig in op het belang van het schrijven in en op de identiteit van faraonisch Egypte. Daarin komen onder andere aan bod: de aard van de bronnen, schriftsoorten en talen, de ontcijfering van de hiërogliefen, de kosmologie, het land en zijn geschiedenis, het irrigatiesysteem, de denkwereld, de geschiedenisopvatting, de godsdienst, magie en kunst, de dood en het hiernamaals, het belang van papyrus als een in woestijnzand goed bewaarbare tekstdrager en het vertalen van de Oudegyptische literatuur.
Het corpus bestaat uit achthonderd (!) bladzijden bloemlezing uit ‘Dertig eeuwen Oudegyptische literatuur’ vanaf de regeringsperiode van farao Cheops, de bouwer van de Grote Piramide, ca. 2500 v.Chr. tot de laatste tekst in het Demotisch ca. 450 n.Chr. De inhoud van de bloemlezing wordt in plaats van vooraan na de inleiding en voor de eigenlijke bloemlezing opgenomen, wat wel wat onhandig is. De 196 teksten bestrijken tal van literaire genres en worden gegroepeerd in vijf grote delen, waarbinnen de teksten chronologisch worden geordend. Deel I ‘De wereld van de goden’ bevat mythen en legenden over de kosmogonie en de goden, evenals hymnen en gebeden ter hunner verering. Deel II ‘De koning: god en mens’ selecteert teksten over de koning als hoeder van de kosmos en herder van de mensheid en koninklijke wapenfeiten en prestaties van hoge ambtenaren. Deel III focust op documenten uit het dagelijks leven: verhalen, opvoedingsinstructies, klachten, dialogen, profetieën, privébrieven en oefeningen van leerling-schrijvers. Deel IV bloemleest teksten over het leven na de dood, waaronder piramideteksten, spreuken, liederen en dodenklachten. Deel V sluit af met uittreksels uit de nalatenschap van laat-faraonisch Egypte, inbegrepen de laatste hiërogliefen en de laatste Demotische tekst. Schneider vertaalde alle teksten zelf leesbaar en nauwkeurig en duidt elke bron zeer goed met een in het groen gelay-oute tekstuitleg. Illustraties verduidelijken die tekstduiding.
Deze bloemlezing ontsluit op grote schaal de Oudegyptische cultuur in het Nederlands en verdiept het inzicht in die beschaving. Ze laat zien dat de Oudegyptische cultuur zowel de Bijbelse als de Grieks-Latijnse beschaving en dus ook indirect onze cultuur diepgaand beïnvloedde. Leerkrachten geschiedenis die het Oude Egypte behandelen, vinden hier een onuitputtelijke bron van originele documenten voor hun lessen.
Kleurenillustraties in de tekst en achteraan een chronologie en een overzicht van de goden van het oude Egypte, twee kleurenkaarten, een van de nomen (gouwen of districten) van het Oude Egypte en een van Egypte en Voor-Azië, en een bibliografie, vervolledigen deze fraai met leeslint in hardback uitgegeven bloemlezing, die voor het eerst een lijvige verzameling Oudegyptische literatuur toegankelijk maakt in het Nederlands.