Het ouderlijke milieu van Hendrik de Man (1885-1953) situeerde zich in de vrijzinnige Antwerpse liberale bourgeoisie van de tweede helft van de 19de eeuw. De jonge Hendrik groeide op binnen een hechte familie: warm, Vlaamsgezind —zijn grootvader langs moederszijde was Jan van Beers, een gekende naam binnen de 19de eeuwse Vlaamse Beweging—, vrijzinnig, tolerant en sociaalvoelend. Rik was de oudste van drie. De familie De Man was tegelijk kosmopolitisch; ze spraken en lazen allen vloeiend Frans, Nederlands, Engels en Duits. De oudste zoon was trouwens geen braaf of gemakkelijk kind, hij was eerder eigenwijs en eigengereid en zou dat zijn hele leven blijven.
Rond 1900 was Gent het centrum van het Vlaams socialisme, met een talrijk textielproletariaat. Als student nam de jonge De Man enthousiast deel aan betogingen (ook voor de vernederlandsing van ‘Gent’), discussies, het verspreiden van pamfletten ... In geen tijd sloot hij zich bij het socialisme aan. Zijn socialisme werd meer dan emotionele verontwaardiging of vage sympathie voor de arbeidersklasse waartoe hij niet behoorde. De Man begon met enthousiasme het oeuvre van Karl Marx te lezen en te bestuderen. Zijn emotionele en anarchistische sociale bewogenheid boog hij als rebellerende tiener om naar het marxistisch socialisme. Zijn inzet voor volksopvoeding liep als een rode draad door zijn hele leven.
Nog in zijn Gentse periode begon student De Man te dwepen met het Duitse socialisme, dat erg marxistisch was en dat bij de Gentse partijgenoten nogal wat aanhang had. Hij kwam tot het besluit dat hij zijn socialistische overtuiging en zijn solidariteit met de arbeiders in daden moest omzetten, dat hij zich volledig moest identificeren met de arbeidende klasse. Een universitair diploma paste hierin niet, en hij stopte vervolgens met zijn studie.
Hij vertrok kort daarna naar Duitsland, de geboortegrond van het marxisme, en leefde er van zijn pen door artikels te schrijven voor een paar kranten (o.a. de Leipziger Volkszeitung). De Man vertoefde er in de zevende hemel. Hij leerde Rosa Luxemburg, Karl Liebknecht, Karl Kautsky, Paul Lensch, Eduard Bernstein en tal van andere kennen, en woonde tal van debatten en manifestaties bij.
Terug in eigen land nam de socialistische leider Emile Vandervelde hem onder zijn vleugels, en zorgde ervoor dat zijn poulain zich ontwikkelde tot een gewetensvolle partijfunctionaris, die zich toelegde op de efficiënte uitbouw van het partijapparaat. De Man besefte aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog dat de weg van de geleidelijkheid, het zogenaamde reformisme, de enige haalbare was.
Na zijn jaren aan het front, zijn officiële bezoeken als partijsocialist aan de Verenigde Staten en Rusland en een kort zelfgekozen (ontgoochelend) verblijf op Newfoundland keerde De Man terug naar België. Daar werd hij een tijdlang de beloftevolle directeur van de Arbeidershogeschool. Maar door zijn echtscheiding vertrok hij er, hertrouwde en koos opnieuw voor een langdurig verblijf in Duitsland dat zijn tweede vaderland werd.
Daar nam Hendrik de Man afstand van het marxisme en het proletariaat. Hij begon te reflecteren over het wat en hoe van het post-marxistisch socialisme, en ging op zoek naar een niet-marxistische ethische fundering van het socialisme. Dat leidde tot de publicatie in 1926 van zijn meest bekende boek Zur Psychologie des Sozialismus. Het boek maakte De Man in een klap beroemd. Er volgden een hele rits recensies: de meeste lovend, andere dan weer kritisch tot heel kritisch. Biografe Mieke van Haegendoren, die al in 1972 een boek over Hendrik de Man publiceerde, schetst op uitmuntende wijze het onthaal en het belang van het boek voor de internationale socialistische beweging. Het boek gaf meteen een nieuw elan aan het socialisme.
Wat daarop volgde waren tien turbulente jaren, waarin hij zich vastbeet in de hervorming van het socialisme en het lot van de arbeidersklasse, met het Plan van de Arbeid als zijn grootste politieke wapenfeit. Aanvankelijk kende hij succes. Rik de Man werd gevierd als vernieuwer, geroemd om zijn visie en intellect. Maar de weg was er een van wolfijzers en schietgeweren. Binnen zijn eigen partij groeide het wantrouwen. Sommigen verweten hem zijn ijdelheid, anderen vonden zijn plannen te technocratisch of te weinig marxistisch. Ontgoochelingen stapelden zich op. Maar De Man bleef geloven in zijn missie. Zijn koppigheid was nog opmerkelijker dan zijn moed. Tussen al het politieke gekrakeel door bleven er ook enkele waardevolle vriendschappen overeind.
Als politicus en minister was hij echter een teleurstelling. Hij was geen voorbeeld van diplomatie, soms ronduit onbeschoft. Zijn lange vis- en wandelweekeindes waren berucht. En dat wreekte zich. Van De Mans planeconomie kwam weinig of niets terecht. Daarnaast brak hij een lans voor de Europese gedachte en was hij een wegbereider van het naoorlogse doorbraaksocialisme.
Tijdens de Duitse bezetting zag de veelzijdige De Man een kans om het socialisme van bovenaf te verwezenlijken. Maar ook dat verliep verkeerd af. Hij slaagde erin om zowat iedereen tegen zich in het harnas te jagen: de Duitsers, de Vlaams-nationalisten, zijn partijgenoten en de entourage van Leopold III.
Een verbitterde De Man, wiens haring niet braadde, trok zich hierna terug.
In december 1941 verkaste hij naar de Franse Alpen. Hier vond hij de nodige rust om te wandelen en te schrijven. Op het einde van de bezetting slaagde hij erin om in Zwitserland politiek asiel te krijgen, en vond hij er ook een nieuwe echtgenote. De Belgische staat veroordeelde de berooide De Man tot twintig jaar gevangenis en tien miljoen frank boete.
Hendrik de Man was een van de meest originele Belgische, ja Europese denkers uit het interbellum. Mieke van Haegendoren schreef een prachtig gedetailleerde en gedocumenteerde biografie van Hendrik de Man met veel aandacht voor zijn persoonlijke leven. Haar biografie laat zich stukken vlotter lezen dat de De Man-biografie van Jan Willem Stutje die in 2018 verscheen. Niet dat zij De Man in alles verdedigt. Wel integendeel. Zij plaatst hem afdoende in tijd en ruimte. Het nadeel van deze sublieme biografie is echter dat nog maar weinigen de naam van Hendrik de Man kennen. Zelf las ik het boek met veel plezier. Hij was inderdaad een man die zweefde tussen hoop en illusie, strijd en compromis. Miskend is hij zeker. Na de oorlog werd met hem afgerekend. De socialisten, maar ook anderen, hebben zijn naam uit hun kronieken geschrapt. Voor hen kwam het goed uit dat De Man in Zwitserland bleef.
Met veelal onbekende illustraties, kroniek, bibliografie en register.