De klank van de stad maakt mijn ziel amoureus, zong Wannes van de Velde over Antwerpen, maar het was ‘Venetië’ waarvan ‘De klank van de stad’ Eric Min en Gerrit Valckenaers ertoe bewoog in 2019 ‘Een cultuurgeschiedenis’ te schrijven, die ze nu actualiseren.
Filoloog Min schrijft als essayist over schilderkunst, fotografie en literatuur, publiceerde biografieën van James Ensor, Rik Wouters en Henri Evenepoel, ‘De eeuw van Brussel (1850-1914)’ (2013) en ‘Gare du Nord’ (2021) over kunstenaars in Parijs. Musicoloog Valckenaers is radiomaker en docent muziekgeschiedenis, componeert voor theater en dans en publiceerde ‘Tumult, een muziekgeschiedenis van de twintigste eeuw’ (2024).
Venetië is de stad van water en licht, klanken en geuren en al eeuwen geliefde pleisterplaats voor Europeanen. Vandaag bezwijkt het onder het massatoerisme, zodat men zich de vraag stelt of het nog ethisch is het te bezoeken. Wie daar moeite mee heeft, vindt hier een alternatief. In Venetië stolt immers het levende geheugen van eeuwen Europese cultuurgeschiedenis, die de auteurs in een wervelend relaas voor het voetlicht brengen door op zoek te gaan naar verhalen van componisten en schilders, schrijvers en dichters, filosofen en fotografen, mecenassen en rokkenjagers, die onze verbeelding blijven prikkelen.
In het voorwoord analyseren de auteurs de unique selling proposition van Venetië met zijn bijzondere ligging in de lagune en het gegeven dat de stad nauwelijks ingrijpende wijzigingen onderging, zodat een min of meer besloten universum buiten de reguliere ruimte en tijd ontstond en een stad die uitnodigt tot luisteren en kijken, flaneren en dwalen. Zo kon Venetië het levende geheugen van vijf eeuwen Europese cultuurgeschiedenis worden.
De auteurs gaan losjes chronologisch te werk. Ze beginnen in het stadshart met de San Marco en het gelijknamige plein (hoofdstuk 1) en bezingen vervolgens de ‘opera-eeuw’ van Monteverdi en Cavalli (2), dolen door de frivole 18de eeuw met Casanova als gids (3) en met zijn theatercultuur en Vivaldi (4). Hoofdstuk 5 focust op het verblijf van 19de-eeuwse romantici zoals Byron, componisten zoals Wagner en filosofen zoals Nietzsche, 6 op dat van kunstenaars zoals Mahler, Rilke en Proust omstreeks 1900 en 7 op dat van auteurs zoals Walter Benjamin en Thomas Mann in de eerste helft van de 20ste eeuw. In hoofdstuk 8 staat het futurisme van Marinetti centraal, terwijl hoofdstuk 9 volledig gewijd is aan de Belgische futurist in Venetië, Jules Schmalzigaug. Het corpus sluit af met de 20ste-eeuwse cultuur- en kunstwereld met onder andere componist Igor Stravinsky en mecenas Peggy Guggenheim.
Min en Valckenaers getuigen van een enorme eruditie en verwerken een massa verhalen die onze verbeelding blijven prikkelen, tot een wervelend geheel. Ze verbreden het Venetiaans perspectief tot de algemeen Europese cultuur. Ze hanteren een essayistische stijl met bloemrijke metaforen, die wel af en toe enigszins hoogdravend overkomt. Hun boek laat toe Venetië te bezoeken vanuit de armleunstoel.
Een QR-code vooraan nodigt uit te luisteren naar de (klank)band van de stad. Kaarten op de binnenkaften met een duidelijke legende, kleurkaternen met goed geduide illustraties en achteraan zeventig bladzijden bibliografie, noten en een register vervolledigen deze fraaie met leeslint en in hardback uitgegeven cultuurgeschiedenis over een iconische stad.