Historica Beatrice de Graaf en Ruslandexpert Niels Drost laten aan de hand van duizenden toespraken, essays, interviews en verklaringen van het Kremlin zien hoe Poetin geleidelijk aan radicaliseerde. Met als startpunt het jaar 2000, toen Poetin door toedoen van president Boris Jeltsin aan de macht kwam, volgen zij hoe hij zijn land meesleept naar de afgrond van een niet eindigende oorlog. Poetins nachtmerrie is dat via de verwestering en democratisering van Oekraïne ook zijn autoritaire heerschappij in Rusland aangetast zou worden. Na 2014 (de bezetting van de Krim) liet Poetin alle pretenties varen. Zijn retoriek was die van de blanke bajonet. ‘Zijn houding na 2018 is die van een absolutistisch regerende tsaar’.
De vele biografieën die al over Poetin verschenen, belichten allen wel zijn moeilijke jeugd, zijn baan als KGB-agent in de gewezen DDR, en zijn trauma door de val van de Muur in 1989. Ook zijn loopbaan daarna, in de schemerzone tussen maffia en politiek, is uitvoerig beschreven, net als zijn ongebreidelde machtspolitiek en zelfverrijking. Zijn retoriek evenwel is vaker aanleiding geweest tot spot dan voor ernstige studie. Historicus Drost nam die echter wel ernstig. Meer: hij studeerde in 2022 bij professor De Graaf af op de manier waarop Poetin de Russische geschiedenis naar zijn hand zet. Het relaas ervan lees je in het boeiende en openbarende boek Poetins tsaristische droom dat hij samen met zijn promotor schreef. In deze indringende analyse lees je alles over de ideologische ontwikkeling van president Vladimir Poetin.
Centraal staat het idee dat hij zich beroept op een selectieve interpretatie van de Russische geschiedenis. Elementen uit het tsaristische verleden, gecombineerd met symbolen uit het Russisch-orthodoxe geloof, worden door hem ingezet om zijn binnenlandse politiek te versterken en buitenlandse tegenstanders (‘de demonen uit het Westen’) te beschouwen als existentiële vijanden.
Op een overzichtelijke wijze beschrijven De Graaf en Drost hoe Poetins geschiedenisbeeld radicaliseerde. Vooral toen de gewezen Oost-Europese satellietstaten en Sovjetstaten meer en meer beschutting zochten bij de Europese Unie en de NAVO. Dat kon Poetin niet hebben. Zeker niet vanaf het moment dat ook Georgië en Oekraïne naar het Westen toe evolueerden. Poetin beschouwde dat als westerse staatsgrepen in de ‘Roeski mir’ of de historische ruimte van Rusland. Het moment dat Poetin zijn troepen gewapenderhand liet ingrijpen.
Aan de hand van drie door hem gereanimeerde beleidsprincipes (orthodoxie, autocratie en nationalisme) wierp hij Rusland op als de beschutter van de Slavische broedervolkeren. Poetin nam vanaf 2014 afscheid van westerse ideeën over de zelfbeschikking van staten, mensenrechten en beperkte staatsmacht, leggen beide historici uit.
Met de invasie van Oekraïne in februari 2022 was het hek volledig van dam. Ondanks de zware verliezen van het Russische leger weten Poetin en zijn vazallen van geen ophouden.
Het voorliggende boek is een scherp, goed onderbouwd op gedegen onderzoek gebaseerd en actueel boek, dat inzicht biedt in de ideologische drijfveren, of zijn ‘tsaristische droom’, van Poetins beleid. Wel wordt enige voorkennis van de lezer gevergd.
Met bijlagen (onder meer over de onderzoeksmethode), eindnoten en register.