In het voorjaar van 2020 overleed de moeder van de auteur op 97-jarige leeftijd. Bij het opruimen van haar kamer in een tehuis voor mensen met dementie vonden Rob Kerkhoven, zijn broer en zijn zus een doos. In die doos vonden ze heel wat informatie over de tweelingbroer van hun opa. ‘Op dat moment, het moment van eerste kennismaking met de inhoud van de familiedoos, had ik daar nog geen weet van. In mijn bijzijn was de broer zelden ter sprake gekomen. Ik wist dat er ooit een broer was geweest, maar niet dat het om een tweelingbroer ging. Als hij in een flard van een familieverhaal al eens in een bijzin voorbijkwam, heette het altijd dat hij snel na zijn geboorte overleden was. De doodsoorzaak was dan meestal een fatale longontsteking. Een achternicht hield het op hartfalen. Een tante beweerde dat hij veel later stierf; hij was in de oorlog gefusilleerd. Dat bleek ook niet zo te zijn, maar achteraf bezien zat zij er nog het minst ver naast.’
Bij die eerste vluchtige speurtocht stuitte Rob, historicus van vorming, op een groot aantal brieven, ansichtkaarten en foto’s die in verschillende pakketjes gebundeld waren. Twee pakketjes —later bleken er meer te zijn— bestonden uit een tamelijk uitgebreide briefwisseling tussen opa Jan en zijn tweelingbroer Adriaan Rhijnshoevers. Uit lezing van de brieven bleek Adriaan als vrijwilliger bij de Waffen-SS aan het Oostfront gestaan te hebben. Hij vocht er tegen de Sovjet-Russen, en dat in de gelederen van de SS-elitedivisie Wiking.
Kerkhoven trok op onderzoek en op basis van de brieven van zijn oudoom en digitaal onderzoek van het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging kon hij het soldatenleven van zijn ‘fout’ familielid reconstrueren. Kerkhoven probeerde ook te onderzoeken aan welke oorlogsmisdaden oudoom Adriaan zich zoal schuldig gemaakt had. Dat was inderdaad het geval vermits hij in de gevangenis overleed.
Voor een groot deel bestaat het boek uit ruime uittreksels uit het dagboek en de brieven die Adriaan naar zijn tweelingbroer Jan zond, aangevuld met enkele factionstukken. Jammer dat schrijver geen enkele foto van Adriaan in zijn boek opnam. Wilde Kerkhoven dat niet omwille van de familiale integriteit? Ook laat het boek op het gebied van diepgang de lezer op zijn honger zitten. Adriaan Rhijnshoevers overleed in 1963 in het gevangenishospitaal van Breda. Wat betreft wetenschappelijk aanhang bevat het boek 35 eindnoten en verder niets.
Tussen alle egodocumenten over Joden en verzetslieden zullen er nu in Nederland, na de opening van de gerechtsdossiers, wellicht een aantal boeken over gewapende collaborateurs verschijnen. Hopelijk zullen ze inhoudelijk meer bevatten dan het boek van Rob Kerkhoven te bieden heeft.