Dit pretentieloos boekje belicht in het kort de biografieën van 23 vrouwelijke kunstenaars uit de in hoofdzaak 20ste eeuw , die een eerder ongewoon leven hebben geleid of nog leiden. De nog levende kunstenaressen vormen evenwel een kleine minderheid. Op een tweetal uitzonderingen na -Hélène Kröller-Muller en Peggy Güggenheim, die als verzamelaar en/of mecenas zijdelings met de kunstscène te maken hadden- waren alle besproken vrouwen hetzij actief bezig met schilderkunst en beeldhouwkunst, hetzij met installaties en performances. Enkele waren ook voorvechters op sociaal vlak. Zo heeft b.v. de Afro-Amerikaanse beeldhouwster Augusta Savage zich heel haar leven ingezet voor de rechten van de Afro-Amerikaanse gemeenschap in de Verenigde Staten.
Elke biografie begint met een korte paragraaf, in een cursief gedrukt lettertype, waarin de essentie van de daaropvolgende tekst vervat is. Vergelijkbaar met het principe, dat ook bij een krantenartikel gehanteerd wordt. De teksten zijn boeiend geschreven door een journaliste, die naar Nederland emigreerde, toen ze zes jaar was. Van oorsprong was ze echter Amerikaanse. Mede daarom zijn waarschijnlijk de meeste kunstenaressen, waarover ze schrijft, ook Amerikaans. De bijdragen verschenen eerder al in enigszins gewijzigde vorm in een tweetal tijdschriften.
Een gemis is wel bij elk hoofdstuk een afbeelding van een representatief werk van de betreffende kunstenares. Al was het er maar één. Maar google brengt natuurlijk soelaas… Voor de rest niets dan lof.