In ‘Spiegel van de ziel’ brengt Antoon van den Braembussche naar aanleiding van zijn tachtigste verjaardag een reeks gedichten bijeen die hij schreef tussen 2022 en 2025. In 8 afdelingen, variërend in omvang van een zevental gedichten tot het apart staande slotgedicht dat als ‘Epiloog’ fungeert, maakt hij de lezer deelachtig aan zijn tocht naar de innerlijkheid, een binnenwaartse blik als het ware die zijn positie als mens en als denker in kaart brengt. In ‘Zij herinnert zich’, de openingsafdeling van de bundel, wordt teruggeblikt op de relatie met de geliefde. Mede geïnspireerd door onder meer het heel mooie schilderij van Johan Clarysse ‘To agree or disagree, that isn’t the question’ zoekt de dichter de confrontatie op ‘het spinnenwiel van de duur. // waarin alles nazindert / in een blauw en breekbaar licht.’ (uit: ‘Als je wil dat ik blijf’) De gedichten werpen een licht op wat voorbij is, maar nergens leidt tot immobilisme. Het is en blijft de geliefde die de ik blijvend inspireert, zoals blijkt uit de slotstrofe van ‘Luw’: ‘Zag jij zijdelings toe en zei tenslotte: / ‘Waarom de as betreuren, / als de vlam ooit heeft bestaan?’. Zo herontdekt en herbeleeft de ik het verlangen, ‘En langzaam, langzaam, / omhels ik het geheimschrift / van je lichaam / als een mild ern sprakeloos dier.’ (uit: ‘Geheimschrift’)
Het diep gedragen verlangen naar de jij-figuur klinkt verder door in de ‘Franse suite’ (een reeks gedichten die dit gemeen hebben dat ze een Franse titel hebben meegekregen), ‘want, zoals steeds, / blijf ik aan je zijde / de vertedering, / een element van wanhoop / waarin jij leven blaast / als in een stenen ring.’ (uit: ‘Cycle d’amour’). Van den Braembussche blijft, zoals mag blijken uit de aangehaalde verzen, beheerst in de verwoording van zijn diepere gevoelens. Treffend is bijvoorbeeld het gedicht ‘Whiteout’, geïnspireerd op een foto van C. Lauwers. Het ‘egaal, magisch dwaalwit’ waarin de dichter ‘als in een droom’ een andere tijdsdimensie ervaart, doet me nadrukkelijk terugdenken aan de in 2004 verschenen bundel ‘White-out’ van Claude van den Berge.
Bijzonder mooi is dan weer ‘The cuddler’, het gedicht dat aansluit bij het gelijknamige bloedschilderij van Sofie Muller en ‘het wonderlijk moment’ oproept ‘waarop de man in gebogen lijnen droomt van cirkelgang en ommekeer.// Zichzelf omarmt.’ Ook in de muziek zoekt en vindt Antoon van den Braembussche de emoties die hem blijvend weten te raken. Zo is er het werk van Arvo Pärt, voor hem ‘spiegel van de ziel / (…) / klank die zich terugplooit / in verwondering.’
Ietwat apart in de bundel, die grotendeels is geconcipieerd vanuit de persoonlijk doorleefde innerlijkheid, staat het Epiloog-gedicht ‘Nooit meer oorlog’: ‘Wat is oorlog anders dan een hoogtij van de haat. / Een wurggreep. Een dodendans van afkeer en verraad.’ In een wereld die alle menselijkheid ontkent, kan de dichter niet blijven zwijgen.
‘Spiegel van de ziel’ verkent in zijn volheid van de aangereikte thematiek de eerlijk gedragen gevoelsstroom van een dichter die zijn eigen weg gaat en is gegaan, met een ‘zinsbouw van de tederheid‘ die opklinkt uit de ‘echokamer van de ziel.’ (uit: ‘Toespraak’)