De Brusselse Patrick Derom Gallery heeft van juni tot augustus een prestigieuze tentoonstelling georganiseerd met als titel “Léon Spilliaert-De deur op een kier”. Niet het volledige oeuvre van Spilliaert kwam onder het voetlicht, maar slechts een klein segment, nl. enkel zijn interieurs en stillevens. De volgende jaren zijn er echter meer uitgebreide tentoonstellingen gepland in Japan, de Verenigde Staten en in MuZee in Spilliaerts geboortestad Oostende. De kunstenaar werd daar geboren in 1881 en bleef er gedurende 35 jaar wonen in zijn ouderlijk huis in de Kapellestraat 2-4. Via zijn schilderijen en tekeningen in aquarel, pastel, contépotlood, gouache, waskrijt en Oost-Indische inkt op papier en karton krijgt de toeschouwer een duidelijk beeld van Spilliaerts leefomgeving. Telkens terugkerende motieven zijn Thonetstoelen, flacons van zijn vader, die parfumeur was en zijn producten verkocht in de Kapellestraat 4, kleine flesjes Oost-Indische inkt van de kunstenaar zelf, spiegels en vensters, die de spanning tussen binnen en buiten weergeven, en vanitassymbolen als een klok onder een stolp, een kalender en schedels, die meteen ook de vergankelijkheid symboliseren. Eigenlijk zijn Spilliaerts interieurs een aaneenschakeling van zelfportretten, de meeste in absentia.
De vier hoofdauteurs, die elk een bijdrage schreven in de catalogus, die bij de tentoonstelling hoort zijn stuk voor stuk experten op het gebied van Spilliaerts oeuvre. Eén hoofdstuk is een extract uit een doctoraatsthesis en dat is ook duidelijk: zeer detaillistische beschrijvingen van zowel de werken zelf van de kunstenaar als van de toenmalige bestaande interieurs in het huis aan de Kapellestraat 2-4, die in zijn werken afgebeeld werden. Dat hoofdstuk is voer voor specialisten en extreem geïnteresseerden. De overige hoofdstukken zijn toegankelijker en vlotter leesbaar.
Meest in het oog springend in de catalogus zijn uiteraard de prachtige illustraties, een viertal keren onderbroken door een kort essay, gedrukt op een gekleurde achtergrond.
Wie zich meer over de auteurs wil informeren, vindt achteraan van elk een beknopte toelichting, voorafgegaan door de biografie van Spilliaert zelf, een selectie uit de bibliografie over de kunstenaar en een overzicht van alle werken, getoond op de tentoonstelling met daarbij een blokje met technische info over titel, datering, techniek, drager en huidige bewaarplaats -dikwijls een privéverzameling-.
Heel verzorgde uitgave, gedrukt in een makkelijk leesbaar lettertype, op mooi glaspapier en gevat in een stevige kartonnen kaft.
Op p.65 ontdekten we in het bijschrift bij cat.21 een klein schoonheidsfoutje: “tas” is in correct Nederlands “kop” of “kopje”.