In tijden van angst en onzekerheid, maar vooral ook van onmacht en wanhoop, kan de wereld best wat hoop gebruiken. Daarom is het goed en zinvol dat de broers Samuel en Thomas Goyvaert net nu een bloemlezing van teksten over hoop, veerkracht en solidariteit de wereld insturen. Samuel (1986) is een theoloog, verbonden aan Tilburg University, en zijn broer Thomas (1987) is een schrijver en evenementenorganisator. Hun achtergrond kleurt hun keuze, waardoor Samuel bij zijn keuze sterk vertrekt vanuit een christelijk perspectief. Thomas zorgde evenwel voor de nodige verbreding richting poëzie, literatuur en andere levensbeschouwingen. Zo wordt het een bloemlezing die een breed publiek zeker kan beroeren. De samenstellers kozen voor drie invalshoeken. Het eerste deel onder de noemer kracht benadert de hoop als een innerlijke energiebron: het gaat over wat onze veerkracht, ons vertrouwen en onze persoonlijke groei voedt. Hier hoor je stemmen getuigen van hoop te midden van kwetsbaarheid, ziekte, verlies of onzekerheid. Hoop blijkt geen naïef optimisme of wereldvlucht te zijn, maar wel een daad van volharding, een innerlijke beweging die weigert zich neer te leggen bij de huidige werkelijkheid. Onder anderen Augustinus, Plato, Viktor Frankl, Homeros, Dietrich Bonhoeffer en Søren Kierkegaard zijn in dit eerste deel de inspiratoren. De tweede invalshoek richt zich op de hoop als verandering. Het gaat niet langer over mijn individuele energiebron, maar over de hoop die zich uitstrekt naar het maatschappelijke en het politieke. Deze hoop brengt mensen in beweging, bevraagt onrechtvaardige structuren en zoekt alternatieven. Hoop gaat hier hand in hand met verzet en engagement, met solidariteit en strijd. Er wordt niet toegegeven aan wanhoop, zelfs als de weerstand en de tegenstand groot zijn. In dit luik klinken meer eigentijdse stemmen zoals Barack Obama, Rutger Bregman, Martin Luther King, Charles Péguy en Timothy Radcliffe. Een langer fragment uit ‘Das Prinzip Hoffnung’ van Ernst Bloch had hier ook niet misstaan. Het laatste deel verkent de hoop als licht. Hier duikt een meer spirituele, soms mystieke dimensie op die verder reikt dan het zichtbare. De mens voelt zich hier opgenomen in een groter geheel en ervaart een verbondenheid die die tijd en ruimte overstijgt. Aangeboden lectuur in dit sluitstuk zijn bijvoorbeeld een visioen van de profeet Jesaja of teksten van de pausen Benedictus XVI – uit zijn encycliek over de hoop ‘Spe Salvi’ – en Franciscus. Voorts veel literaire stemmen zoals Frederik van Eeden, Herman de Coninck, Felix Timmermans, Rainer Maria Rilke en J.R.R. Tolkien. Met al die uiteenlopende stemmen en diverse invalshoeken op de hoop krijg je als lezer een grote rijkdom voorgeschoteld. Het vergt soms een inspanning om te luisteren naar wat filosofen en schrijvers uit lang vervlogen tijden te zeggen hadden. Je wordt uitgedaagd. Finaal gaat er van deze inspirerende woorden een appel uit. Je kunt er niet onbewogen bij blijven. Je wordt uitgenodigd om opnieuw te hopen tegen alle wanhoop in, je te verzetten tegen onrecht, je te engageren voor de medemens in nood of voor een wereld in ademnood. Het is een uitnodiging om niet toe te geven aan cynisme, polarisatie, angst en onzekerheid. Alleen al het lezen van deze bloemlezing kan een daad van verzet zijn in het huidige tijdsgewricht. Laat je raken, uitdagen en inspireren en neem dit boek ter hand.