De dichter over wie het in dit boek gaat is pianist Youri Egorov (1954-1988). Egorov werd geboren in Kazan, Rusland. Op zijn twaalfde al won hij tijdens een nationaal concours de prijs voor de beste interpretatie van het Tweede Pianoconcerto van Dmitri Sjostakovitsj. Hij studeerde o.m. aan het conservatorium van Moskou en kaapte nog wel meer prijzen weg, o.a. een derde prijs Koningin Elisabethwedstrijd 1975. Uit angst dat zijn homoseksuele geaardheid bekend zou raken en uit angst voor de dramatische gevolgen daarvan die hij in de toenmalige extreem homofobe Sovjetunie met zekerheid kon verwachten (gevangenisstraf, verbanning, werkkamp …), vluchtte hij in 1976 naar het westen. Hij kwam in Amsterdam terecht en bouwde er een glansrijke carrière uit die zich hoofdzakelijk in Europa, maar ook ten dele in de Verenigde Staten afspeelde. Voor Egorov, een naar vrijheid hunkerend kunstenaar op de vlucht voor de totalitaire onvrijheid in de Sovjetunie, was Amsterdam het aards paradijs van de vrijheid, een spetterend feest, een doorlopende gay parade die al snel uitmondde in een andere vorm van onvrijheid, de onvrijheid van alcohol- en drugsverslaving. Fuiven, roken, drinken, blowen, te weinig slapen, pillen slikken, talloze eendagspartners ondanks toch ook een vaste relatie, “Lekker decadent doen, noemde Egorov het.” (p. 181)... Egorov raakte besmet met het HIV-virus, kreeg aids, vroeg en kreeg euthanasie. Hij overleed in Amsterdam, nog net geen 34 jaar was hij.
Jan Brokken raakte diep bevriend met Egorov en brengt met deze biografie een aangrijpend eerbetoon aan zijn vriend. In zijn Verantwoording noemt Brokken dit boek evenwel geen biografie maar een roman, “een op ware gebeurtenissen gebaseerde roman”, “een hoogstpersoonlijke weergave van de gebeurtenissen” (p. 381) waarbij hij zijn herinnering als voornaamste bron opgeeft. Daardoor ondergraaft hij zelf de biografische betrouwbaarheid. Omdat er, met uitzondering van brief- en dagboekfragmenten, nauwelijks enige bronvermelding is, is het voor de lezer onmogelijk om de grens te trekken tussen fictie en non-fictie. Hoe dan ook is dit dus geen wetenschappelijk onderbouwde studie maar wel degelijk een persoonlijk verhaal. Met als extra voordeel dat muziekwetenschappelijk en muziektheoretisch jargon vermeden kan worden waardoor er van de lezer helemaal geen muzikale voorkennis gevraagd wordt. Een enkele keer leidt dat tot een kleine onachtzaamheid waar verteld wordt over een uitvoering in Brussel van “het pianoconcert” van Mozart (p. 111), zonder verdere specificatie alsof Mozart maar één pianoconcerto schreef. Maar dat is slechts een speld in de hooiberg van een boeiend en veelgelaagd verhaal : een verhaal over een mens, een kwetsbaar mens, een verhaal over een vriendschap, over een vluchteling, voor een stukje ook een autobiografisch verhaal door de betrokkenheid van de auteur, een verhaal over een pianist en over de concertpraktijk zoals de meeste muziekliefhebbers ze beleven maar ook over de schaduwzijden ervan die voor de meeste muziekliefhebbers verborgen blijven, een verhaal over het bruisende Amsterdam van de jaren 1980. Het boek verscheen oorspronkelijk in 2008 en is nu aan de negentiende druk toe.
Roman? Biografie? Classificatie doet er in dit geval weinig toe. De persoonlijke manier waarop Brokken zijn verhaal doet, de intensiteit en de betrokkenheid maken dat dit boek hoe dan ook leest als een roman, een biografische roman. Een meesterlijk geslaagde kruising van de hand van een meesterverteller. Meeslepend. Ontroerend. Hartverscheurend.