Recent verscheen bij de uitgeverij WBOOKS een boek over “De schilders van ‘De Kempen’”. Deze uitgave werd gepubliceerd naar aanleiding van een dubbeltentoonstelling, enerzijds in het Jakob Smitsmuseum in Mol, anderzijds in het Emile Van Dorenmuseum in Genk. Deze duotentoonstelling onder de titel ‘Gemaakt om geschilderd te worden’ loopt nog tot met 17 januari 2027. In Genk ligt de nadruk op het landschap en het schilderen in open lucht. In Mol wordt meer aandacht besteed aan de spiritualiteit en de invloed van kunstschilder Jacob Smits. Samen brengen ze aldus een overzicht van de vele kunstenaarskolonies in de Kempen in de periode 1840 tot 1920. Vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw tot een groot stuk in de twintigste eeuw was deze streek een aantrekkingspool voor (jonge) kunstenaars die er onder meer in Kalmhout, Mol (Mol-Sluis), Genk, Wechelderzande en omgeving kwamen schilderen. Naar aanleiding daarvan bracht uitgeverij WBOOKS uit Zwolle een interessant en leuk uitgegeven boek op de markt, samengesteld door conservator Kristof Ruelens, verbonden aan het Genkse museum. De uitgave kadert in een reeks waarin de uitgeverij diverse kunstenaarskolonies in Nederland door ervaren kunsthistorici lieten behandelen. Er zijn al ruim dertig van die themaboeken verschenen, alle over kunstplaatsen in Nederland. De recente publicatie is – voor zover we weten – het eerste werk over Vlaamse kunstenaarskolonies. De reden waarom die boeken aanspreken is divers: het vierkante handige formaat (zo’n 20 x 20 cm) ligt gemakkelijk in de hand, de harde kaft, de vele kleurrijke afbeeldingen, een vloeiende tekst die aangenaam is om te lezen en misschien ook wel onbekendheid van deze kolonies waarbij kunstschilders aangetrokken werden door de streek, de bewoners en vooral het landschap in de sfeer van het pleinairisme. Dit en-plein-air-schilderen kon alleen groeien door een technische ontwikkeling van het schilderen: gebruik maken van een opplooibare veldezel, een schilderkist met uitklapbare poten, de tubes om langdurig de verf te bewaren, het bezitten van een kleiner palet maar ook betere wandelschoenen en het hebben van een drinkbeker met stop. Het boek, dat voor ons ligt, bevat vier hoofdstukken, geordend volgens de kolonies: Kalmhout, Mol, Genk, Wechelderzande. Vier auteurs schreven eraan mee: Kristof Reulens, Rosette Dillen, Willy Thijs en Marina Van Aert. Samen bieden ze een fraai overzicht van de kunstenaarskolonies in de Kempen. De boeiende verhalen worden sterk ondersteund door uitzonderlijk veel kleurrijke afbeeldingen van hun schilderijen. Geregeld vinden we in het boek ook terecht een zwartwit foto van een (verdwenen) gebouw, waar ze verbleven of die ze op hun doeken weergaven. Het geheel is boeiend, interessant en aangenaam om er door te bladeren, ook al zijn vele van die kunstschilders minder bekend gebleven en behoren ze niet tot de grote meesters van weleer. Inhoudelijk krijgen een overzicht van deze kolonieperiode in de Kempen en meteen kunnen we genieten van een schitterend kunstboek. Het boek wordt afgesloten met een namenindex en een uitgebreid colofon. Een plaatsenindex ontbreekt.