Met ‘Systemen van tederheid’ schreef de Tsjechische auteur Marek Sindelka een roman over de muziek en de allesbepalende invloed die die kan hebben op iemands leven. Het geheel is opgebouwd rond het leven van Ada Fischerova die er blijvend is mee begaan in het spoor te treden van haar vader Bohumil, ooit een beroemde pianist. Ada is geïntrigeerd door iets wat ze op op hert eind van diens laatste elpee heeft kunnen horen, ‘iets van geritsel, een sis’. De vraag die ze erbij stelt, komt hierop neer: ‘had hij door zijn neus gelachen? Had hij op die verwonderde, stille manier gelachen, wanneer je slechts verbaasd een heel klein beetje, een milliliter meer lucht dan gewoonlijk uitblaast (al zit in die milliliter alle verwondering van de wereld)?’ (p. 16) Leidmotief in haar zoektocht naar haar vader (‘wie was haar vader eigenlijk?’ – p. 62) is dit van de hand. Als haar vader bij de opnames van de laatste vier sonates van Skrjabin zijn linkerhand ruïneert, begint voor hem de definitieve afgang, die ermee eindigt dat hij zijn gezin verlaat, aan de drank raakt en zich ten slotte dood drinkt, ‘zijn wereld werd geleidelijk zwart, alle kleuren verdwenen, vloeiden samen tot een herfstleegte.’ (p. 82) Naspeurend in haar herinneringen, gedragen door de weemoed om het verlies, weet Ada, althans voor zichzelf, te achterhalen hoe haar vader ten onder is gegaan aan zijn drang naar perfectionisme. Marek Sindelka verbindt hieraan, middels soms wat al te breed uitgewerkte bedenkingen, het gegeven van het schaakspel, tot en met met afbeeldingen van diverse zetten, van de uitvinding van de metronoom en de manier verder waarop de computer het componeren van muziekstukken overneemt. Ook de moeder van Ada komt in de loop van de roman in beeld: hoe zij vluchtte in de literatuur toen alles haar te veel werd (‘ze probeerde te schuilen in de taal om niet aan de werkelijkheid te hoeven denken’ – p. 107), hoe ze een gelukkig tweede leven kon opbouwen met Jaromir Slavicek (‘jaro, lente, mir, vrede, slavicek, nachtegaaltje’ – p. 198) en aan het eind van haar leven stilaan in de vergetelheid van de dementie wegdrijft.
‘Systemen van tederheid’ is een sterk op de intimiteit van de personages gerichte roman, met de weemoed als leidraad (‘er bestaan verschillende soorten weemoed, maar de grootste daarvan is de weemoed naar vervlogen tederheid van lang gelden’ – p. 136), en overtuigend door de manier waarop Sindelka de structuur van de fuga geïntegreerd heeft in het geheel van zijn tekst.