Zelden gebeurt het in dit land dat er over één thema in een maand tijd drie non-fictieboeken verschijnen. Dat is thans het geval met het thema ‘Breendonk’ of het SS-Auffanglager Breendonk. Het eerste boek was een heruitgave van het oorspronkelijk in 2004 verschenen boek van Patrick Nefors. Dan verscheen er het boek van Annemie Reyntjens Fort Breendonk dat in hoofdzaak een fotoboek is. Tot slot is er het boek van Dimitri Roden, Breendonk. Een nieuwe geschiedenis dat we hier beknopt zullen bespreken. Aanleiding voor deze hernieuwde Breendonk-belangstelling is een gelijknamige tv-reeks en tv-documentaire op de nationale zender.
Historicus Roden, zelf een tijdlang werkzaam als conservator van het Breendonk-Memoriaal, werkte zo’n twintig jaar aan zijn boek en kon volop gebruik maken van de inmiddels vrijgegeven militaire processtukken en recente wetenschappelijk literatuur. Zijn boek steekt met kop en schouders boven alle tot nu toe verschenen Breendonk-literatuur uit. Zoals een goed historicus betaamt neemt hijzelf nergens een standpunt in en laat hij de documenten en ander archiefmateriaal ‘spreken’. Zijn boek volgt Breendonk in zijn verschillende gedaanten: als militair fort, Duits gevangenenkamp, interneringscentrum en memoriaal.
Breendonk was een doorgangskamp. Tussen september 1940 en de bevrijding in september 1944 passeerden er zo’n 3650 mannen en vrouwen omwille van verzetsfeiten, hun politieke overtuiging of hun afkomst. Ook tal van gijzelaars werden er opgesloten.
Voor velen vormde het gewezen fort uit de Eerste Wereldoorlog het begin van een lange tocht langs gevangenissen en kampen in Duitsland en Oost-Europa. Anderen kwamen in Breendonk om door geweld, ziekte, uitputting of executie. Ongeveer de helft van hen overleefde de oorlog niet. Het waren vooral de Vlaamse SS-bewakers die er het vuile werk uitvoerden.
Door zijn kleinschaligheid (een maximum capaciteit van zeshonderd gevangenen) en overzichtelijkheid was het doorgangskamp een van de wreedste schakels van het Duitse kampapparaat. Duitse en Vlaamse bewakers konden alle gevangenen makkelijk in de gaten houden. Er was een permanente controle aanwezig. Hierdoor vonden er maar weinig ontsnappingen plaats. Ondervoeding, mishandelingen en harde dwangarbeid zorgden ervoor dat ‘Breendonk’ zelfs bij het Duitse militaire bestuur in opspraak kwam. Tegenwoordig is het een Belgisch-nationale herdenkingsplaats (“lieu de mémoire”).
De geschiedenis van de “Hel van Breendonk” wordt in belangrijke mate bepaald door de herinneringen van de gevangenen die er verbleven. Bij het verlaten van het kamp, eind augustus 1944, zorgde de SS ervoor dat het grootste deel van het zorgvuldig bijgehouden archief herleid werd tot as. Naast getuigenissen bleven enkel verspreide en vaak fragmentaire bronnen over. Voor zijn boek toog Roden ook naar het buitenland en vond er aanvullend archiefmateriaal.
Hij is ook de eerste en enige wetenschappelijke historicus die uitgebreid aandacht besteed aan Breendonk II of de geschiedenis van het kamp na de bevrijding. De eerste vijf weken worden ook wel eens “de tweede hel van Breendonk” genoemd of het “wilde kamp” toen al of niet vermeende collaborateurs er opgesloten werden en bewaakt werden door partizanen en marginale types. Ongeveer een op de tien zat onschuldig vast. Opnieuw waren geweld, slagen, excessen, ondervoeding en vernederingen aan de orde van de dag. Er werden zo’n 780 ‘zwarten’ in het kamp samengeperst. Enkelen overleefden het niet. Na vijf weken kreeg de Belgische staat vanaf 11 oktober 1944 controle over Breendonk, dat daarna in een interneringskamp werd herschapen. In januari 1947 verlieten de laatste 37 gevangenen het fort. Heel wat geïnterneerden kregen door de inwerking van vochtigheid en schimmel problemen met hun gezondheid. De overheid besliste toen het kamp te sluiten. Midden 1947 werd Breendonk op verzoek van talrijke oud-gevangenen tot nationale herdenkingsplaats uitgeroepen.
Als u, lezer, een boek over Breendonk wil lezen, dat raad ik u stellig het boek van Dimitri Roden aan. Vlot geschreven, met eindnoten, bibliografie en register.