Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
Robbrecht en Daem. An Architectural Anthology Maarten Van Den Driessche (ed.) 12/02/2018
De eerste wereldtaal. De geschiedenis van het Aramees Holger Gzella 02/02/2018
Charlotte Salomon. Berlijn als inspiratie Katja Reichenfeld 02/02/2018
Dietrich Bonhoeffer 1906-1945. Biografie Ferdinand Schlingensiepen 02/02/2018
De kunst van erotiek Rowan Pelling, Diane Fortenberry e.a. 31/01/2018
Het jaar 117. Sporen van Trajanus en Hadrianus in de Lage Landen Tom Buijtendorp 29/01/2018
Klank. Een filosofie van de muzikale ervaring Tomas Serrien 29/01/2018
Een kantoor op stand Hans Veeken 29/01/2018
het Gordijn Kader Abdolah 29/01/2018
Noord Sien Volders 29/01/2018
Cross Roads. Reizen door de middeleeuwen 300 - 1000 n. Chr. Maria Bormpoudaki e.a., red. 29/01/2018
Cupido en Sideron. Twee Moren aan het hof van Oranje Esther Schreuder 29/01/2018
De katharen. Tussen werkelijkheid en fictie John van Schaik 29/01/2018
Keizer Frederik II. Een moderne wetenschapper uit de middeleeuwen. 1194-1250 Ben J.P. Crul 29/01/2018
Gelukkige stad. De gouden jaren van Antwerpen (1485-1585) Jan Lampo 29/01/2018
Alsof er niets is gebeurd Diverse auteurs 29/01/2018
Matthijs Maris Richard Bionda 29/01/2018
Messiah. Over de geschiedenis van Händels meesterwerk Jonathan Keats 29/01/2018
Werk Werk Werk Christophe van Gerrewey 29/01/2018
Rafelen Sanne Huysmans 29/01/2018
12345678910...Laatste

Robbrecht en Daem. An Architectural Anthology

Maarten Van Den Driessche (ed.)
Robbrecht en Daem. An Architectural Anthology
Mercatorfonds, 2017, 732 blz., EUR 59,95

Ongetwijfeld het bijzonderste Belgisch architectuurboek van 2017 is “Robbrecht en Daem - An ArchitecturalAnthology” verschenen bij Mercatorfonds in november en gepresenteerd in BOZAR Brussel op 14 december.Het lijvig Engelstalig boek (732 pagina’s!) werd samengesteld door Maarten Van Den Driessche. Op de cover een tekening van de gevel voor het toekomstig VRT gebouw in Brussel. Het werd geen inventaris van een loopbaan van 40 jaar, geen opsomming per jaar of per soort opdracht. Het concept verschilt volledig van een traditioneel architectuurboek en dat niet enkel door de omvang. Vaak wordt gesteld dat architectuur een bijdrage is om de chaos te ordenen. Het introduceren van verhoudingen op basis van getallen of meetkundige figuren fascineerde in het verleden veel kunstenaars en architecten, zoals Berlage, Le Corbusier of Dom Hans van der Laan. Een van de gekendste getallenreeksen is deze van Fibonacci (1,2,3,5,8,13,21,34…..). R & D maken bij het uitwerken van hun projecten ook gebruik van een getallen systeem, hun “Louie reeks”, verwijzend naar de grote Amerikaanse architect Louis Kahn. De “Louie reeks” bestaat uit: 1,3,5,7,9 (3x3),15 (3x5),21(3x7),25 (5x5),27(3x9), 35(5x7),45(3x15 of 5x9),49, 63,75,63,75,……… De 3x7x7 is gelijk aan 105 cm, de meter voor R&D. Het boek kreeg deze structuur: “5 Themes, 9 Key Projects, 11 Titles, 49 Voices, 63 Projects, 75 Glosses”. Zelfs het formaat past in de reeks: 18,9 x 24,5 cm. De vijf thema’s (Art, Masters, People, Objects, Encounters) worden uitgewerkt door verschillende auteurs in samenwerking met een fotograaf. Bij “Masters” wordt ingegaan op Krefeld paviljoen van Mies van der Rohe en de restauratie van de Gentse bibliotheek Van Henry van de Velde waaraan het bureau nog volop aan het werk is. De 9 verwijst naar negen sleutelprojecten van het bureau die uitvoerig zijn gedocumenteerd en gefotografeerd door Filip Dujardin, de 11 naar de hoofdstukken, de 49 naar extracten van auteurs die in de loop der jaren over hun werk hebben geschreven en tot slot verwijst 63 naar het aantal projecten opgenomen in het boek. Het getal 75 zijn de opgenomen referentiebegrippen die inzicht geven in het werk. Het is net een muzikale compositie die moet beantwoorden aan strikte regels. Binnen dit stramien kan men dwalen door het boek maar heeft men toch een houvast om binnen te dringen in dit oeuvre van het bureau waarvan sinds 2012 ook Johannes Robbrecht deel uit maakt. Een opsomming geven van wat in het boek is opgenomen is niet mogelijk.   Muziek en beeldende kunst gaven vanaf het begin inspiratie of referentie mogelijkheden. De vriendschap met kunstenaars als Juan Muñoz, Isa Genzken, Raoul De Keyser, Franz West, Michel Borremans waren bevruchtend en slopen binnen in het werk van de architecten. Maar ook de  architectuurgeschiedenis gaf hen voeding om telkens het louter functionele te overstijgen. Voor het project “Het Huis” in het Middelheim werd de systematiek van de Japanse origami aangewend met de “Louie reeks” als basis. Het eerste project in het boek is meer dan verrassend. Een poppenkast, inclusief de poppen, gemaakt voor hun kleinkinderen en hun vriendjes. Het is de wereld van de verbeelding en de verhalen. Het is een autobiografisch project waarin de fascinatie tot uiting komt voor kunstenaars die poppen ontwierpen, zoals Jean Arp. De “kast” is tevens het thema van het verkleinde gebouw met gesloten vlakken met daarin openingen. De “kast” verwijst naar een gelaat met ogen en een weidse mond. Juist de beheerste vrijheid om openingen in muren te maken, wat wij omschrijven als vensters, is in dit oeuvre indrukwekkend. In het Concertgebouw van Brugge zijn een veelheid aan openingen aangebracht, sommige louter om daglicht binnen te brengen andere als uitzicht op het stedelijk landschap. Ramen die net schilderijen zijn, gaten die de stad weergeven als een kader van een schilderij. De cover van het boek illustreert ook deze gedrevenheid om een hedendaags raam te maken dat iets anders is dan glas van vloer tot plafond. Het is opmerkelijk dat de gebouwen van R&D een uitgesproken zeggingskracht bezitten zonder te vervallen in opzichtigheid met gebogen lijnen die de computer kan opleveren. Het oeuvre ontsnapt aan de dorre functionaliteit die veel high-tech gebouwen kenmerkt en aan het vormelijke geweld dat enkel een misplaatse dynamiek wil uitdrukken. Er zijn er maar weinigen die een dergelijke sculpturale handigheid bezitten waarbij de band tussen exterieur en interieur wordt benut. Reeds in 1989 toont R&D met het BAC gebouwtje in Kerksken hoe architectuur een complexe gelaagdheid kan krijgen. Referenties naar een landelijke schuur, de lessen van Palladio als een inwendige plasticiteit die Álvaro Siza op dat moment ons toonde. Juist deze symbiose van verschillende invloeden is boeiend; er wordt niet gekopieerd maar getransformeerd tot iets nieuws. Er zijn weinig architecten die zo goed de architectuurerfenis kennen als Paul Robbrecht. In de tekst van Wouter Davidts gaat het om “Pleasure in Making”. In veel van zijn lezingen legt Robbrecht er de nadruk op dat het plafond van een ruimte de wonderlijke wereld is van de architect, dit is de bovengrens van de ruimte die hij maximaal moet benutten. Het is datgene wat niet op de grondplannen te zien is, maar enkel bij het analyseren van doorsneden. Wie gebouwen van R&D gaat bezoeken en zijn blik richt op dit onderdeel van een interieur kan wonderlijke zaken ontdekken. Wat bereikt werd  o.a. in het Concertgebouw is uitzonderlijk. Het was een bewuste keuze om in het boek geen woningen op te nemen die in de loop der jaren tot stand kwamen. Niet dat deze minderwaardig zouden zijn, maar het zijn opdrachten uit de privé sfeer. Publieke opdrachten of projecten in relatie met kunst zijn belangrijker. Het boek bevat vele schetsen van Paul Robbrecht. Het maken van deze expressieve tekeningen zijn voor Robbrecht een bijna dagelijkse noodwendigheid. Het vastleggen van de essentie van het ontwerp is hier aan de orde, gecombineerd met een poëtische vrijheid. De bewondering voor het oeuvre van Aldo Rossi heeft een grote impact gehad bij Robbrecht, niet zozeer op het vormelijke maar op de verhalende dimensie van architectuur met daarbij ook het besef dat een oeuvre tot stand komt met autobiografische fragmenten. Het boek bevat ook een PS, een project met een grote emotionele betekenis. In Barcelona staat het werk “The house where it always rains”, een transparante metalen structuur waarbinnen de beelden van Juan Muñoz staan opgesteld. Muñoz was een intieme vriend van R&D en zijn plots overlijden in 2001 raakte hen erg diep. Een eerbetoon dat verder reikt dan het produceren van gebouwen! Het is uitzonderlijk boek geworden dat een intens oeuvre toont op een ongewone wijze.                                                                                                                                                    
















[Marc Dubois - 12/02/2018]