Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
Moralist van de ontrouw. Jan Greshoff (1888-1971) Annemiek Recourt 14/10/2019
Opera. Een geschiedenis in 27 sleutelwerken Benjamin Rous 14/10/2019
Nieuwe wegen. De Ploeg en de moderne kunst na de oorlog Jorrit Huizinga, Doeke Sijens (red.) 14/10/2019
Van Goghs intimi. Vrienden, familie, modellen Helewise Berger, Sjaar van Heugten, Laura Prins 14/10/2019
Vechten voor de vrede. Antwerpen, 1944-1945 Frank Seberechts 14/10/2019
Historische atlas. Hoe Nederland zichzelf bijeen heeft geraapt Martin Berendse en Paul Brood 14/10/2019
Levensdraden. Een wereldgeschiedenis door het oog van de naald Clare Hunter 14/10/2019
Het Lam Gods. Van Eyck. Kunst, geschiedenis, wetenschap en religie Danny Praet en Maximiliaan P. J. Martens (red.) 14/10/2019
VIN Ruth Lasters 14/10/2019
Een graf in de wolken Willem van Zadelhoff 14/10/2019
Vertakkingen Albertina Soepboer 14/10/2019
Alle gedichten Frank Koenegracht 14/10/2019
In de muziek. Over musiceren, studeren en het brein Wieke Karsten 14/10/2019
Alles waait Frans Kuipers 14/10/2019
Johann Friedrich August Tischbein en de ontdekking van het gevoel Josien Beltman en Paul Knolle (red.) 14/10/2019
De odyssee van Pedro en Luisão. Historische roman Joris Tulkens 14/10/2019
Wie zei dat? 500 historische oneliners Paul Claes 14/10/2019
Aantekeningen bij een moord Peter Vermeersch 14/10/2019
Kazerne Dossin. Holocaust en mensenrechten Winne Gobyn en Ann Mestdag 14/10/2019
Beyond here lies nothin’ Herman Rohaert 14/10/2019
12345678910...Laatste

Moralist van de ontrouw. Jan Greshoff (1888-1971)

Annemiek Recourt
Moralist van de ontrouw. Jan Greshoff (1888-1971)
Van Oorschot, 2018, 864 blz., EUR 44,99

Jan Greshoff is zowat de enige van de belangrijke Nederlandse schrijvers die hun glorieperiode tijdens het interbellum kenden, aan wie nog geen biografie werd gewijd. Mogelijk heeft dat te maken met het feit dat hij invloedrijker was als literaire facilitator, promotor en mediator dan als schrijver, hoewel zijn eerder klassieke parlando-poëzie toch enkele decennia vrij populair is geweest. Nadat Sjoerd van Faassen, die onder andere Greshoffs extensieve briefwisseling met uitgever Alexander Stols bezorgde, zijn plannen voor een biografie had opgegeven, nam Annemiek Recourt de fakkel over, wat resulteerde in een vuistdik boek met de raadselachtige titel Moralist van de ontrouw. Recourt ontleende hem aan Dick Binnendijk, die daarmee probeerde Greshoffs, door sommigen gelaakte, levenshouding te omschrijven: ‘De vrees voor de rechtlijnigheid van een beginselvaste levenswijze zorgde ervoor […] dat Greshoff zich weigerde te conformeren aan een heersende moraal. Door telkens een ander beginsel aan te nemen, schiep hij en tegenover zichzelf en tegenover zijn medemensen de onzekerheid, die hem de zo begeerde vrijheid kon waarborgen. Alleen zo kon Greshoff trouw zijn aan zichzelf, is Binnendijks stelling.’ Een stelling die Recourt als ‘breekijzer’ gebruikte om Greshoffs levensverhaal te vertellen.
Dat verhaal komt traag op gang: om de periode tot 1920 te beschrijven heeft de biografe meer dan 200 bladzijden nodig, terwijl dat niet echt de belangrijkste, noch de interessantste periode uit Greshoffs leven is. Dat ze vervolgens de cruciale periode 1920-1939 in niet veel meer dan 160 bladzijden verwerkt en dan weer 140 bladzijden voor de vijf oorlogsjaren nodig heeft, zorgt toch voor een storend onevenwicht. Het mag dan zo zijn dat er al heel wat aandacht is besteed aan het literaire leven tijdens het interbellum en Greshoffs rol daarin – onder meer in de biografieën van zijn vrienden en tijdgenoten als E. du Perron, Jan van Nijlen en Willem Elsschot – dat is geen excuus om die periode in de Greshoffbiografie stiefmoederlijk te behandelen. Zo blijven Greshoffs contacten met Franstalige schrijvers in Brussel, waar hij van 1927 tot 1939 woonde, onderbelicht. De namen van bijvoorbeeld Neel Doff en Franz Hellens vallen in het hele boek slechts één keer, terwijl hun rol in Greshoffs leven toch niet onderschat mag worden en daar met wat extra onderzoek allicht meer over te vertellen viel. Bovendien staan precies in dit deel ook een paar opvallende slordigheden: de bundel Archipel was in 1923 het debuut van J. Slauerhoff, niet van Hendrik de Vries (p.194); E. du Perron was niet van Franse afkomst en zijn moedertaal was Nederlands, dat hoefde hij dus niet als kind nog te leren (p. 287), zijn vader pleegde niet in Gistoux zelfmoord, maar in Brussel (p. 288); de Rue de Naples waar Neel Doff woonde is in Brussel, niet in Gent (p. 352) en Greshoff kon in 1929 niet naar hits van de Amerikaanse countryzanger Kenny Roberts luisteren (p. 294), aangezien die toen slechts drie jaar oud was.
Recourt toont de ‘veranderlijkheid’ van Greshoff wel goed aan, al is ze nogal vergoelijkend over diens kortstondige flirt tijdens de eerste helft van de jaren ’20 met het Italiaanse fascisme en daarbij horende bewondering voor Mussolini. Enkele jaren later ontpopte Greshoff zich in woord en daad als rabiaat antifascist, wat in 1939 de reden was om met vrouw en twee zonen de wijk naar Zuid-Afrika te nemen. Hoewel hij er tot aan zijn dood in 1971 zou blijven wonen, weliswaar onderbroken door langere verblijven in Nederlands-Indië, de Verenigde Staten en Europa, heeft Greshoff zich nooit echt gelukkig gevoeld in Kaapstad. Daar moet bij opgemerkt worden dat de schrijver zich eigenlijk nergens gelukkig voelde op het moment dat hij er was, maar eens vertrokken meteen verlangde naar wat hij had achtergelaten. Na zijn vertrek uit Europa miste hij uiteraard de contacten met zijn literaire vrienden: Ter Braak, Du Perron en Marsman. Zijn ontreddering was immens toen hij maanden na datum vernam dat ze alle drie kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog waren omgekomen: ‘wij waren één open wond, brandend en knagend’. 
In Zuid-Afrika probeerde Greshoff een nieuw leven op te bouwen en verzamelde met onder anderen N.P. van Wyk Louw, Uys Krige, Fred le Roux en Jacques Malan een aantal jonge, Zuid-Afrikaanse intellectuelen rond zich. De beschrijving van hoe Greshoff zich probeerde te handhaven in deze nieuwe omgeving is erg lezenswaardig, al verliest Recourt zich in dit deel toch ook iets te vaak in irrelevante details. Greshoff zelf vond overigens dat dat niet kon: ‘Indien een schrijver van belang geacht wordt, is alles hem betreffende van belang óók (en wellicht juist) het schijnbaar onbelangrijke’ (uit Volière, 1956). Hoewel Greshoff tegen het einde van zijn leven erg twijfelde over de kwaliteit van zijn literaire werk, was hij ongetwijfeld een schrijver van belang. Dat heeft Annemiek Recourt met deze biografie meer dan bevestigd.

[Manu van der Aa - 14/10/2019]