Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
De lotdagen Paul Demets 07/01/2026
Passage Parijs. In het spoor van de schrijvers Dirk Leyman 07/01/2026
Wat we kunnen weten Ian McEwan 07/01/2026
De Westhoek en Frans-Vlaanderen. 365 verrassende plekken Jan Yperman 07/01/2026
Henri Bergson. Een biografie Emily Herring 07/01/2026
Consent. Een geschiedenis van dwang en vrije wil en alles daartussenin Chanelle Delameillieure en Jolien Gijbels (sam.) 07/01/2026
1676. Het laatste levensjaar van Michiel Adriaenszoon de Ruyter Graddy Boven 07/01/2026
Jakob Fugger De Rijke (1459 – 1525). Genie van de vroegmoderne tijd Marc Hermant en Bernard Van den Bogaert 07/01/2026
Flemings! Hoe Vlamingen eeuwenlang hun sporen achterlieten in Engeland Harry De Paepe 07/01/2026
De Galliërs. Een geschiedenis van Gallia Belgica en zijn inwoners Sien Demuynck 07/01/2026
De geschiedenis van Brussel in oude kaarten Bram Vannieuwenhuyze, Philippe De Maeyer e.a. 07/01/2026
Ontheemd in Nederland. Belgische vluchtelingen en hun Groote Oorlog Henk van der Linden (red.) 07/01/2026
De kaart van 1562 uitvergroot. Brugge door de ogen van Marcus Gerards Koen Goeminne 07/01/2026
De groene dood Katrien Schaubrouck 07/01/2026
Indië is een mooi land, maar men moet er niet als militair zitten. Dagboek en brieven maart 1949 – augustus 1950 Jan Steenbeek 07/01/2026
Thuiskomen in de wildernis. Wat ecospiritualiteit ons kan leren Jason M. Brown 07/01/2026
De hogedrukmaatschappij. Waarom ligt de lat zo hoog? Alain Mahjoub 07/01/2026
De afschaffing van de mens C.S. Lewis 07/01/2026
Niet in onze naam. Oproep tot christelijk verzet tegen populisme en antidemocratie Mark Van de Voorde 07/01/2026
De tastbare wereld van Johannes Vermeer. Huisraad als schildersmodel Alexandra van Dongen 07/01/2026
12345678910...Laatste

De lotdagen

Paul Demets
De lotdagen
Vleugels, 2025, 56 blz., EUR 23,95
ISBN: 9789493350434

Twintig ongeveer was Paul Demets toen ons land werd opgeschrikt door de aanslag van de Bende van Nijvel op de Delhaize in Aalst op 9 november 1985. Nu, precies veertig jaar na de aanslag, kijkt Demets in zijn bundel ‘De lotdagen’ terug op die periode. ‘Toen was het einde zoek’ schrijft hij in het slotgedicht, en verder:  ‘achterom gekeken, verdomd. / Ik kan niet langer die zanger zijn.’ Maar evengoed is het zo dat de dichter zijn verantwoordelijkheid opneemt, het land, ‘het wil blijven, het zingt rond. / Nu verlangt het samenzang. / Dagelijks brandt België / op mijn tong.’
Hoe gulzig en allerminst bedacht op mogelijke calamiteiten de ik samen met zijn naaste vrienden geniet van alles wat te ontdekken valt in een wereld die aan hun voeten ligt, wordt duidelijk gemaakt in de gedichten waarmee de bundel opent. Demets noteert: ‘Alsof er ons iets kon gebeuren. / (...)/ We verzetten ons, waren tot de tanden / met glazen bewapend.’, of nog: ‘We waren in neon ontketend. Wat ons / niet beviel, lieten we achterwege.’ En in hetzelfde gedicht, met een mooie allusie op het Ilias-verhaal: ‘We wilden een krijgstrofee / aan Briseïs gelijk. We rookten onze mythe bij elkaar.’  Terugkerend motief in deze nauw bij elkaar aansluitende gedichten is het lichaam. De roes van de lichamelijkheid zet zowat alles in perspectief. Als een dissonant binnen deze context dringt zich het onbegrip op rond de warenhuisoverval van de Bende van Nijvel. Demets schrijft: ‘Iemand richtte zich op, / zag niet dat de dagsluiting een tweeloop had.’ En het gedicht dat er direct op volgt, is een parafrase van het interview dat de kinderen van een der slachtoffers gaven aan Humo: ‘Hij had een verbaasde blik / alsof hij zich afvroeg wat er gebeurde.’ Voor de ik en zijn naaste omgeving komt bij dit alles nog eens de kernramp van Tsjernobyl, een nieuwe confrontatie met een ontluisterende werkelijkheid, ‘de dieren die op stal moesten blijven. / De sla die we extra wasten. / De vlindervorm in onze hals die gretig jodium zoog.’ 
Een beklijvend intermezzo in de bundel wordt gevormd door het breed uitdijende gedicht ‘Roofhoofd’ dat Demets in 2005 in samenwerking met beeldend kunstenaar Hans Op de Beeck bracht op ‘De Nachten’ in De Singel in Antwerpen. Het geheel brengt, bijna van uur tot uur,  de overval van twintig jaar voordien in kaart, met specifiek hier aandacht voor het getuigenis van David Van de Steen, wiens ouders en zusje die avond werden gedood. In nauwe verbondenheid met hem vraagt de dichter zich af: ‘Wat er van de feiten overblijft? Dat ik / op mijn woorden moet letten. / Dat we genoodzaakt zijn / de vertogen na te praten / die ons zijn ingeprent. / (…) / Gedichten liegen over hoe ze orde scheppen.’ 
Bijzonder mooi verwoordt Demets in het tweede luik van de bundel de onmacht om de ‘waarheid’ op het spoor te komen: ‘Je kan een cirkel vullen met de vierkanten / die je tekent, maar er zal altijd ruimte overblijven.’ Met de verwijzing naar de ramp met de Herald of Free Enterprise in Zeebrugge richt Demets zijn blik op het jaar 1987. En weer is er de doordacht aangewende allusie op de klassieken die hem als dichter blijvend hebben gevormd en geïnspireerd: ‘Achterom kijken mocht ik niet, / want anders zou ze eeuwig / aan de overzijde moeten blijven.’ 
Met ‘De lotdagen’ – het begrip verwijst naar de twaalf dagen die volgen op kerstdag en voor volksweerkundigen een voorspellende waarde hebben – zet Paul Demets, mede door de beheerste vormgeving van de gedichten en de behoedzame kadering ervan in de literaire context die hem tot dichter heeft gemaakt, verder de krijtlijnen uit van wat een alles omvattend ik-portret moet worden.

[Jooris van Hulle - 07/01/2026]