Charles Dickens (Bleak House), Aldous Huxley (Crome Yellow), Evelyn Waugh (Brideshead Revisited) en hedendaagse auteurs als Alan Hollinghurst (The Stranger’s Child, Our Evenings) of Sarah Waters (Little Stranger) schreven romans met een Engels landhuis als opvallend décor. Het afgelegen country house met zijn exclusieve “weekend parties” en gelegen in een paradijselijke en romantische Engelse tuin, blijft een ijkpunt in de Britse verbeelding en literatuur, ook al zijn de aristocratische bewoners al lang verhuisd of door de National Trust met pittoreske bedoeling in een bijgebouw ondergebracht. De populariteit van Agatha Christie, P.G. Wodehouse en recentelijk van de TV-serie Downton Abbey, bevestigt deze sterke collectieve herinnering of wat historicus Pierre Nora een “lieu de mémoire” heeft genoemd. Ook in ‘Een van Ons’ duiken twee landhuizen op, zonder gothic ondertonen of nostalgie, wel als oorden van manipulatie en gevoelsarmoede. Ze zijn het eigendom van de aristocratische familie Fitzmaurice. In Elizabeth’s Day’s roman ‘Het Feest’, waar dit een vervolg op is, doken Ben Fitzmaurice en Martin Gilmour op. Martin was obsessioneel verliefd op Ben, schoolmaat en medestudent in Cambridge. Ben beantwoordde diens avances niet maar maakte gretig misbruik van diens loyaliteit. Martin verklaarde dat hijzelf en niet de dronken Ben aan het stuur zat bij een dodelijk ongeluk. De politiek ambitieuze Ben brak later met Martin, die achterblijft met al dan niet bewuste wraakgevoelens en gefnuikt snobisme. ‘Een van ons’ leest als het verslag van Martin aan zijn therapeute, maar de dialogen en de auctoriële kennis maken dit nauwelijks uitgewerkt uitgangspunt weinig geloofwaardig. Martin ontmoet Ben opnieuw op de uitvaart van Bens zuster Fliss, het opstandige buitenbeentje dat aan drank en drugs ten onderging en zelfmoord pleegde. Ben wordt kandidaat-premier. De doofpotoperatie na het dodelijke ongeluk en later na de verkrachting van Fliss door de brutale partijdonor Jarvis, en de Just Stop Oil acties van dochter Cosima, maken een eind aan zijn politieke ambities. ‘Een van ons’ is een roman die herinneringen oproept aan het niet zo verre politieke verleden. Edward Buller (“zijn corpulente lijf en zijn slordige haardos”) lijkt op Boris Johnson. De sociaal bescheidener Richard Take, die met onthullingen Bens premierschap boycot, lijkt enigszins op Michael Gove. De seksuele ontluistering van Richard Take herinnert aan de fatale kus op camerabewaking van minister Matt Hancock. En ‘The Witness’ is bijna een synoniem van het conservatieve weekblad ‘The Spectator’. Toch is dit geen sleutelroman, maar het verhaal van aristocratisch privilege en arrogantie, mannelijke ambitie en conservatieve (Tory) machtswellust, en de vrouwelijke keuze tussen onderdanigheid en rebellie. Het gekozen motto (‘Hoe meer het volk lijdt, hoe meer het stemt op degenen die hun dat lijden aandoen’) maakt van Day’s politieke standpunt geen geheim. ‘Een van ons’ is een vlotte, hedendaagse, feministische en, zeker naar het einde toe, behoorlijk sentimentele roman.