Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.
En dan is er de nieuwe Verhulst. Voor alle duidelijkheid: het is niet Gerd, maar Dimitri. Geen twee jaren mogen voorbijgaan of er is een nieuwe literaire worp van de man die – het lijkt een eeuwigheid geleden al, van 2006 om precies te zijn – met ‘De helaasheid der dingen’ (2006) naam en faam, maar vooral furore maakte. Nu, twee decennia verder, is er ‘Een verwittigd man is niets waard’. Ruim honderdvijftig pagina’s lang en ver maakt Verhulst de lezer deelachtig aan de gedachtestroom van zijn hoofdpersonage Eric Finck. De enige adempauze die de lezer daarbij gegund wordt is de indeling in hoofdstukken, met titels die Engelstalig en grotendeels arbitrair zijn. Het blijft moeilijk daarbij in wat Finck in zijn ik-relaas naar buiten brengt, enige samenhang te ontdekken. Finck houdt niet van de mensen in zijn omgeving (‘… al is mijn vrees voor de medemens een groeiend gezwel en heeft mijn allenigheid iets comfortabels’ – p. 13), hij slaagt er maar niet in de breuk met zijn geliefde een plaats te geven c.q. te verwerken (‘als een wandelende wonde ben ik nog herstellende van Yatzy’ – p. 35), verdriet om de dood van zijn vriend Pierre blijft hem kwellen (‘Naar de zee zal ik kijken, naar de zon die daarin ondergaat, met een schroefdopwijntje, denkend dat hij naast me zit, en samen zwijgen’ – . 92), de vertroebelde relatie met zijn moeder.... De gedachtes buitelen over en door elkaar heen, telkens weer en telkens weer en telkens weer… Pas aan het slot van de roman wordt, bijna terloops, de kernidee naar voren geschoven waar het Verhulst om te doen was: ‘Een herinnering aan immens geluk, tamelijk recent nog: hoe de kraanvogels luid kwetterend boven onze tuin verzamelden en dan plotsklaps in formatie vertrokken naar een verte waarin dient te worden gepaard en gestorven.’ (p. 149) En echoënd hiermee: ‘Met een onvoldragen liefdesverdriet moet men de vogels volgen, gewichtloos kennen zij de weg, daar geloof ik eventueel nog wel in.’ (p. 163)
kunsttijdschriftvlaanderen.be gebruikt technische cookies die noodzakelijk zijn voor de werking van de website.