Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
In goede en kwade dagen Stefan Brijs 06/10/2026
Geheime levens Jo Claes 06/10/2026
Gevangen in vrede. Bosnië en Herzegovina, 30 jaar na de oorlog Marjolein Koster 06/10/2026
In het huis van de dichter Jan Brokken 06/10/2026
Geschiedenis zonder plan. Over keuzes, toeval en gevolgen Wim Jurg 06/10/2026
Redbad. De legendarische koning Erik Betten en Diana Spiekhout 06/10/2026
Een jaar in Babylon. Portret van een eeuwenoude beschaving Daan Nijssen 06/10/2026
Oorlogsvoering in de oudheid (vert. Rutger H. Cornets de Groot en Bettina von Ehrenthal) Jean Lopez (red.) 06/10/2026
Het grote militaire geschiedenisboek (vert. Ed van Eeden en Jaro Schneider) Adrian Gilbert e.a. 06/10/2026
De echo van de tijd. Over de herhaling en uniciteit van de geschiedenis Anton Kruft 06/10/2026
Zwanenzang. Diana, mijn zus Charles Spencer 06/10/2026
Fitzcarraldo aan zee. Torrijos, VS, Panama en de roerige geschiedenis van een kanaaltracé tussen kolonie, nationaalstaat en revolutie Perry Pierik 06/10/2026
De Conservatieve Revolutie in de Lage Landen Luc Pauwels 28/09/2026
Hoop. Een bloemlezing Samuel Goyvaerts & Thomas Goyvaerts 28/09/2026
Over de katholieke school. Identiteit in realiteit Jürgen Mettepenningen 28/09/2026
Macht en eigendom. Een mondiale geschiedenis van onteigening (vert. Fred Hendriks) Nicholas Mulder 28/09/2026
Léon Spilliaert. Interieurs & stillevens Anne Adriaens-Pannier (red.) en Edouard Derom (red.) 28/09/2026
Bankiers van God en keizer. Het geld van de Fuggers 1475-1625 Peter F. Anthonissen 21/09/2026
Historische atlas van de Lage Landen 1440-1559 Sieg Monten 21/09/2026
Geneeskunde in de Oudheid. Inleiding en bronnen (vert. Cornelis van Tilburg) Florian Steger 21/09/2026
12345678910...Laatste

De grote zomer. Vertaald uit het Duits door Lucienne Pruijs

Ewald Arenz
De grote zomer. Vertaald uit het Duits door Lucienne Pruijs
Nieuw Amsterdam, 2022, 303 blz., EUR 23,99
ISBN: 9789046829615

“De Werther had ik altijd saai gevonden, maar op dat moment, in die telefooncel op die stille zonnige middag, werd ik vanbinnen zo door elkaar geschud dat ik ineens begreep dat sommige mensen op een gegeven moment deze orkaan vanbinnen niet meer uithielden.” Frieder Büchner is een prille adolescent die de familievakantie aan zich ziet voorbijgaan omdat hij de proefwerken latijn en wiskunde moet overdoen. Hij trekt in bij zijn grootouders om te studeren onder de strenge voogdij van opa, een schijnbaar kille maar indrukwekkende biochemicus en laboratoriumdirecteur. Op een dag maakt hij kennis in het stedelijk zwembad met Beate, een betoverende verschijning die hem leert de angst te overwinnen om van een hogere plank te duiken. Het betekent voor de verliefde jongen het begin “van die ene zomer die alles verandert”. Het fenomeen van een eerste liefde, de ontregeling, de hoogtes en laagtes, de pijnlijke en euforische onbeholpenheid is geen nieuw literair gegeven. Ivan Toergenjev en Alain Fournier wisten ervan, en met ‘Terug tot Ina Daman’ gaf Simon Vestdijk het onverwoestbare genre een gedenkwaardige Nederlandse invulling. Auteur en gymnasiumleraar Ewald Arenz (net als Frieder was hij zestien in 1981) maakte een lichte en toch enigszins uitgediepte bewerking van het onderwerp. Opvallend bij Arenz is de uitgesproken aandacht voor de geluiden en geuren, de zomerse achtergrond van deze verliefdheid (“De wijn en de rozen in de andere tuin, Johanns sigaret en Beate naast me …de geuren vermengden zich tot een zomernachtparfum”). Er is ook de jeugdige solidariteit tegenover een plots vreemde volwassen wereld.  De “bende van vier” bestaat, behalve uit Friedrich en Beate, uit de iets oudere zuster Alma, die in een bejaardentehuis werkt, en vriend Johann die na de dood van zijn vader in een psychose belandt. Dat zal Frieders relatie met Beate op scherp zetten. De oude en geheimzinnige liefde in moeilijke omstandigheden van de grootouders werkt als “repoussoir” voor al die exclusieve gevoelens van jeugdige verliefdheid,  en suggereert – de zomer is die van 1981 – dat het leed van de Tweede Wereldoorlog nog lang niet vergeten is. Jeugdig jargon als megatof, gigagroot, keigaaf of cool zorgen dan weer voor een tijdgebonden parfum.   Psychologisch geloofwaardig is de aanwezigheid van de dood en het besef van voorbijgaan  in dit verslag van een prille verliefdheid (Frieder denkt vroegwijs “dat in alle begin, altijd al het einde besloten lag”). Het verhaal van de zomer wordt telkens onderbroken door korte, cursief gedrukte teksten waarin Frieder, veel later en in een melancholische herfststemming, een graf opzoekt dat halverwege het boek dat van zijn overleden grootouders blijkt te zijn en niet dat van Beate, zoals een op romantische tragiek beluste lezer aanvankelijk misschien had vermoed. Goethes Werther is van 1774. Dit is 1981 en de wereld van deze jongeren zou “keicool” moeten zijn. Al lukt dat niet altijd. Zeker niet als de vier vrienden besluiten om samen een grafperceel te kopen.

[Johan De Haes - 05/08/2022]