Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
De kleine geschiedenis van vrouwen in de kunst Susie Hodge 27/03/2026
God, gezin en vaderland. De eeuw van Nicolaas Beets. 1814-1903 Rick Honings 27/03/2026
Germaine de Staël. Schrijver, balling en feminist avant la lettre Margot Dijkgraaf 27/03/2026
Onvergetelijk. Vrouwelijke kunstenaars van Antwerpen tot Amsterdam, 1600-1750 Virginia Treanor en Frederica Van Dam (red.) 23/03/2026
Gaza. Een geschiedenis Jan-Auwke Diepenhorst 23/03/2026
Meesteressen van het penseel. Vrouwelijke kunstenaars in de 17e eeuw Janneke Budding 23/03/2026
Het nationaal steunfonds en de financiering van het verzet 1941-1945 Piet Sanders 23/03/2026
milde.DWNGHNDLNGN Frank Pollet 23/03/2026
Het meisjesorkest van Auschwitz Anne Sebba 18/03/2026
Papieren krijgsmacht. De macht van de documenten van leger en vloot 1588-1940 Eric Ketelaar 17/03/2026
Founding Fathers. De grondleggers van de Verenigde Staten Frans Verhagen 17/03/2026
Floris van Egmond (1469-1539). Veldheer in dienst van hertog, keizer en landvoogdessen Ad van der Zee 17/03/2026
Van minzieke vrouwen en ontroostbare weduwen. Middeleeuwse verhalen van de zeven wijzen van Rome. (vert. Ingrid Biesheuvel; ill. Fred Marshall) Ingrid Biesheuvel (vert.) 17/03/2026
Thalassa. Historische bespiegelingen rond de Middellandse Zee Fik Meijer 17/03/2026
Detentiecentrum Fort Blauwkapel (1945-1947). Waar de oorlog nog niet voorbij was Jochem Botman 17/03/2026
Combinaties Guy van Hoof 17/03/2026
De overbodigen Herman Koch 17/03/2026
Het einde van Erna Ankersmit Anna Enquist 17/03/2026
Moerasduivels en monniken Anna en Katharina Smeyers 12/03/2026
Leven in bezet Oekraïne Ardy Beld 12/03/2026
12345678910...Laatste

Schrijversmythen

Sander Bax
Schrijversmythen
Prometheus, 2024, 511 blz., EUR 35,00
ISBN: 9789044630787

In de ‘Inleiding’ bij zijn lijvige boek ‘Schrijversmythen’ bakent Sander Bax, hoogleraar Onderwijs en Cultuur aan de Universiteit van Tilburg, het opzet en de methodiek af van zijn project: ‘een toegankelijk geschreven introductie voor studenten op de universiteit en hogeschool, in opleidingen Nederlands, bij lerarenopleidingen. Tegelijk wil het boek ook aantrekkelijk zijn voor alle andere lezers die kennis willen maken met de rijke ontwikkeling van de Nederlandse literatuur. (…) Ik zie dit boek nadrukkelijk als ‘een’ geschiedenis van de literatuur van de periode 1880-2020.’ Verder wijst hij erop dat de centrale invalshoek voor zijn benadering gericht is op het concept ‘literaire autonomie’ (de ‘autonomistische literatuuropvatting, die vooropstelt dat het literaire werk op zichzelf bestaat en dat daarbij het beeld van de schrijver achter het werk verdwijnt) en hoe in de loop van de voorbije 20ste eeuw en de eerste decennia van onze eeuw een aantal verschuivingen zich heeft voorgedaan die te maken hebben met de sociaal-economische impact van het schrijven, de (politieke) onafhankelijkheid van de schrijver en de ‘uitzonderlijkheid’ van de schrijversidentiteit.  Kort samengevat komt deze vooropgezette lijn hierop neer: het in kaart brengen van het spanningsveld tussen ‘autonome’, lees: ‘echte’ en dus ‘elitaire’ literatuur enerzijds en ‘heteronome’ literatuur anderzijds, die zich in dienst van de maatschappij plaatst. Hoe manifest ook  het zich wijzigende schrijversbeeld ook moge zijn, telkens weer buigt Bax de lijn om naar de ‘autonomie’ van het schrijven. Neem bijvoorbeeld de ‘casus’ van Louis Paul Boon (een van de weinige Vlaamse auteurs die ook echt aan bod komt in het geheel), over wiens oeuvre Bax noteert: ‘Het lijkt of Boon radicaal afstand neemt van een autonomistisch perspectief op de literaire tekst ten faveure van de geëngageerde boodschap die de tekst wil uitdragen Maar zo eenduidig is de literatuuropvatting van Boon niet. De novelle [Bax heeft het over ‘Mijn kleine oorlog’ – j.v.h.] is namelijk ook buitengewoon vernieuwend qua vorm; het boek doet veel meer dan realistisch de werkelijkheid weergeven.’ (p. 212) Gaandeweg de ‘literatuurgeschiedenis’ die Sander Bax aanreikt met zijn boek, wordt duidelijk hoe het ‘beeld’ van de schrijver verandert: het schrijven is ook een economische activiteit,  de schrijver gaat zich in de loop van de 20ste eeuw (ook) positioneren ten aanzien van politieke en maatschappelijke tendensen, hij gaat ook werken aan zijn ‘imago’  en als publieke intellectueel op het voorplan treden. Het moge duidelijk zijn: commercialisering en mediatisering hebben het literaire veld hertekend. Bax werkt over de hele lijn van zijn studie op een telkens terugkerende manier: een auteur wordt binnen de chronologische lijn die wordt gevolgd, ‘voorgesteld’ aan de hand van een benadering van zijn werken. In zijn selectie heeft Bax vooral oog en oor voor de literatuur bij onze noorderburen. Vlaanderen is een (bijna volledige) blinde vlek.  Dat in een ‘literatuurgeschiedenis’ (Bax manifesteert zich nadrukkelijk als ‘literatuurhistoricus’) voor ons taalgebied auteurs als – ik geef hier een paar willekeurige voorbeelden – Ivo Michiels, Walter van den Broeck, Mark Insingel, en zelfs Stefan Hertmans (voor deze laatste kan de hele ontwikkeling die Bax memoreert voor de 20ste-21ste eeuw in het oeuvre worden aangestipt) ontbreken. En dat dat op zeker moment de naam Mark Braet valt, zonder verdere explicitering overigens (p. 391), komt wel heel verrassend over. In die zin is ‘Schrijversmythen’ een gemiste kans. En soms gaat de auteur in zijn benadering wel eens uit de bocht. Als hij het over de Vijftigers heeft en de manier waarop die erin slaagden zich in de literaire wereld te positioneren, wordt in een en dezelfde alinea tot drie maal toe geattendeerd op ‘beroemd’ geworden bloemlezingen, de ‘beroemd’ geworden Podiumavond in het Stedelijk Museum en het ‘beroemd’ geworden Campert-gedicht ‘Te hard geschreeuwd’. Iets van het goede te veel denk je dan als lezer. 

[Jooris van Hulle - 06/06/2024]