Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
De aanval op Europa. Tussen Trump en Poetin Roel van Duijn 17/06/2026
Eigenzinnige vrouwen in de kunsten. Inspirerende vrouwenlevens Liddie Austin 17/06/2026
Tegen het Westen. In gesprek met onze vijanden Frédéric Martel 17/06/2026
Lazar (vert. Kris Lauwerys & Isabelle Schoepen) Nelio Biedermann 17/06/2026
De tweelingbroer Rob Kerkhoven 17/06/2026
Voor Joden verplicht. De verduistering van Joods bezit via bank Lippmann Rosenthal André Vermeulen 17/06/2026
Trumps Amerika. Een zoektocht naar de republikeinse kiezer Menno de Galan 17/06/2026
Een leven in juwelen. Nieuwe verhalen van juwelenhistoricus Martijn Akkerman Martijn Akkerman 17/06/2026
Nippon. Japan door de ogen van Philipp Franz von Siebold, 1832-1852 Kuniko Forrer en Matthi Forrer 17/06/2026
Naar Mekka. De hadj in zeven eeuwen reisverslagen Richard van Leeuwen 17/06/2026
Organisation Todt. Belgische collaborateurs en dwangarbeiders in dienst van de nazi’s Frank Seberechts 17/06/2026
De hooiberg van Mussert. Een familie verdeeld door verraad en verzet Anton Kos 17/06/2026
De doodstrompet Paul Demets 17/06/2026
Morren tegen de sterren Luuk Gruwez 11/06/2026
Twee mensen worden Lies Gallez 08/06/2026
Achttien Maarten Inghels 08/06/2026
De dood en de tuinman (vert. Hellen Kooijman) Georgi Gospodinov 08/06/2026
Van hier de laatste groeten. Briefkaarten uit de trein, 1940-1945 Lucas Ligtenberg 08/06/2026
Zeven Habsburgse zussen. Een roemrucht vorstenhuis in revolutionair Europa (vert. Fennie Steenhuis en Jetty Huisman) Veronica Buckley 08/06/2026
De koning van Brugge en Breda. Ballingschap van de Britse koning Charles II Arnout van Cruyningen 08/06/2026
12345678910...Laatste

Lichtvang

Allard Schröder
Lichtvang
De Arbeiderspers, 2024, 63 blz., EUR 20,00
ISBN: 9789029553094

Met ‘Lichtvang’ keert Allard Schröder, nadat hij in 2011 de bundel ‘Het meisje met de afstandsbediening’ publiceerde, terug naar de poëzie. Meer dan ooit maakt op de achtergrond van de verzen ‘de grote vereffenaar’, waarvan sprake in het In Memoriam-gedicht voor M.W. (Menno Wigman), zijn opwachting. Zelf kijkt Schröder bij monde van het lyrische ik naar de ultieme confrontatie met wat ons als mensen uiteindelijk allemaal te wachten staat. De enig mooie slotstrofe van de bundel spreekt voor zichzelf: ‘Uiteindelijk zal ik een herfstblad zijn / en rood en bedachtzaam wikkend en wegend / uit de hemel komen zweven / om me voorzichtig neer te vlijen / op wat me al is voorgegaan / om ermee tot humus te vergaan / voor wie na ons komt. // Mooi einde.’ (p. 63) Licht en donker bepalen de contouren van de gang doorheen het leven, zoals Allard Schröder die heeft ervaren. In het openingsgedicht van de bundel wordt het kind centraal gesteld:  ‘het kind dat hij ooit was, leerde de mensenpas, / zich alvast buigend onder de lasten van later. / Tot een ochtend, nat nog van zijn geboorte, / zijn licht in de druppels dauw liet vonken / en het kind dat de dag in kwam voor het eerst / de schittering ving waarin alles al was en waarvoor / het duizelend de ogen sloot’ (p. 7-8)  Wisselend van invalshoek (een aantal gedichten brengt het lyrisch ik in kaart, in andere wordt geopteerd voor een meer afstandelijke benadering), variërend in de vorm (terzinen, kwatrijnen, enkele keren een sonnet, maar even vaak een vrijere strofebouw) verwoorden de gedichten van Allard Schröder de omzichtige manier waarop hij tegen het leven aankijkt. De kleine anekdotiek van een leven (zoals bijv. het gedicht over een vrouw die naar buiten komt, ‘het is zo’n dag dat alles zich in klaterende kleuren laat zien’, maar onwetend is dat haar levenslot al bepaald is, drie oudjes hebben de draad van de vrouw opgepakt en meegeweven) wordt ingekleurd door het einde dat zich nog wel schuil houdt, maar niet af  te wenden is. Zo is er ook Gaius Gessius Calvus, ‘geen groot man, verre van, de geschiedenis / heeft enkel zijn naam onthouden en zijn bijnaam’, die zich op weg begeeft naar de tempel van Venus en hoopt dat hij er zijn geliefde zal ontmoeten, maar: ‘Als hij straks sterft, zal hij voor ons geen gat in de tijd achterlaten – / hoogstens voor zijn zoon en hopelijk voor Musilla.’ (p. 57-58) De gedichten uit ‘Lichtvang’ tonen zich pas na herhaalde lectuur in hun volle rijkdom aan ideeën en in hun doordachte poëticale uitwerking aan de lezer. Schröder laat, zonder opdringerigheid, klanken echoën (‘en almaar zwoegt en ploegt het bloed voort’ – p. 7), hij verweeft reminiscenties in zijn verzen aan de dichters die – naar ik mag veronderstellen – hem mee de weg naar  de poëzie hebben gewezen. Een paar voorbeelden hier: ‘en dan ik, mijn god, ik / in het diepst van mijn gedachten’ (W. Kloos), de drie oudjes uit het hierboven reeds aangehaalde vers (de schikgodinnen), ‘rozenvingerig lichtend likt de ochtend de nacht’ (Homerus), ‘toen er boven alle heuvelen geen zuchtje wind meer was’ ( Goethe) en, in het gedicht voor Menno Wigman, ‘’nog die ene adem dan, daarna viel hij uit de tijd’( David Grossman en diens ‘Uit de tijd vallen’, de roman die hij schreef ter nagedachtenis van zijn gesneuvelde zoon). Het moge duidelijk zijn: Allard Schröder heeft met ‘Lichtvang’ een bundel gecomponeerd die tot de hoogtepunten behoort van het voorbije letterenjaar.

[Jooris van Hulle - 10/01/2025]