Dr. Daniël De Waele, oud-docent Protestantse godsdienst en Nieuwe Testament aan het Hoger Instituut voor Protestantse Godsdienstwetenschappen te Brussel, publiceerde al menig werk over het ontstaan van het christendom in de context van het jodendom en tegen de ruimere achtergrond van de wereld van de oudheid. Nu verschijnt van zijn hand ‘Betoverd door begeerte’, waarin hij uitvoerig ‘Liefde en lust in de wereld van Bijbel en oudheid’ exploreert.
Mensen zijn al sinds het begin der tijden gefascineerd door liefde en lust, zoals blijkt uit de Joodse wijsheidsliteratuur en poëzie, maar ook uit tal van andere geschriften uit het oude Nabije Oosten en de oudheid. Liefde en lust werden bezongen in prachtige poëtische teksten, maar er werd ook tot in den treure voor gewaarschuwd. De Waele onderzoekt hoe mensen in de oudheid de seksualiteit beleefden, welke angstbeelden zij hadden en welke ideaalbeelden zij koesterden. Die beleving van angst- en ideaalbeelden waren heel verschillend, want het werk ambieert een periode te overspannen die loopt van het 3de millennium voor Chr. tot halfweg het 1ste millennium na Chr., dus van het vroege Mesopotamië tot het laatantieke Romeinse Rijk, waarbinnen het jonge christendom tot wasdom kwam.
In de inleiding geeft de auteur een duidelijk overzicht van de thema’s die aan bod komen. Hij wil de geschiedenis van seksuele normen en taboes in de hoger geduide periode beschrijven en nagaan en in kaart brengen hoe mensen vroeger dachten over seksuele geaardheden, masturbatie, homoseksualiteit, voortplanting, prostitutie, overspel, seksueel grensoverschrijdend gedrag, kinderloosheid, enz.
De Waele laat zien dat verschillende seksuele geaardheden niet nieuw zijn, maar eeuwenoud, maar toen niet zelden totaal anders geduid en beleefd werden, hoe dat van liefde en lust in allerlei vormen kon genoten worden en hoe de mensheid naar manieren zocht om de ontembare vurigheid van liefde en seksualiteit toch te bedwingen. Verder probeert hij een antwoord te geven op de vraag waarom christenen een moeizame relatie met de seksualiteit ontwikkelden en hoe de bij wijlen ongeremdheid inzake seksualiteit uit heidense tijden doorsloeg in christelijke ascese.
Sommige hoofdstukken focussen op de oudheid als geheel, andere maken een onderscheid tussen de Grieks-Romeinse wereld en die van het jodendom, casu quo het jonge christendom. Sommige hoofdstukken zijn heel algemeen van opzet, andere vertrekken van een concreet Bijbels verhaal, zoals dat van de kinderloze Tamar, de kuise Susanna of de overspelige vrouw. Die hoofdstukken hebben een catechetisch aspect. Sommige hoofdstukken hebben een sterk verontschuldigend karakter voor de moeizame relatie van het christendom met de seksualiteit en het misogyne karakter van het christendom.
Vermeldenswaard en efficiënt om te lezen is dat de noten ‘ouderwetse’ voetnoten zijn. Een kleurenkatern en achteraan een beknopte geografie van het oude Nabije Oosten en de oudheid en een bibliografie sluiten dit werk af, dat beslist de noodzakelijke achtergrond en duiding geeft voor het contextueel lezen van de Bijbel met betrekking tot de seksualiteit.