‘Bovenal vrij’ wilden ze zijn, de schilders en beeldhouwers van vlak na de Tweede Wereldoorlog die we kennen als ‘Nieuwe Haagse School’. Géén dogma’s, niet te veel theorieën, niet vastleggen op figuratief dan wel abstract werk. Er telde maar één ding, en dat was dat je karakter tot uiting kwam in je werk.
Voorliggend boek verscheen naar aanleiding van het 25-jarig jubileum van de stichting Haagse Beeldende Kunst en Kunstnijverheid. Die beeldende kunst was in de jaren vlak na de Tweede Wereldoorlog kleurrijk en zeer verscheiden. Abstracte, non-figuratieve en modern-figuratieve kunst vonden elkaar onder de noemer Nieuwe Haagse School. Van 1947 tot 1959 waren er acht tentoonstellingen van deze ‘Haagse Kunstenaars’. Om het met de woorden van Paul Citroen, een van de bekendste vertegenwoordigers van de NHS, te zeggen: ‘Zoals de vogels zingen, zo moeten we werken’. ‘Bovenal vrij’ was niet zomaar een slogan. De vrijheid die zij in het vaandel voerden liet ieder van hen, stuk voor stuk toe een eigen, authentieke stem te ontwikkelen. Dit boek is daar getuige van. Het biedt een uitgebreide, kleurrijke blik op de diversiteit van de Haagse beeldende kunst in de periode 1945-1975. Na een inleiding, wordt de geschiedenis van de Haagse kunst in de 20e eeuw beschreven, die begint met de periode voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het boek geeft een overzicht van de Haagse kunstenaarsgroepen: De Equipe, Verve, De Nieuwe Ploeg, Posthoorngroep, Atol, Fugare, ODIS en Haagse aquarellisten. Het belang van de Jacob Marisstichting en de Haagse Salon wordt geschetst en ook de Haagse beeldende kunst in de openbare ruimte komt aan bod. Bijzonder interessant zijn de biografieën van de kunstenaars, die ruim tachtig bladzijden van het boek innemen. De talrijke illustraties bieden een caleidoscopisch beeld van de verscheidenheid van Nieuwe Haagse School. komen uitgebreid aan bod. Naast het werk van ook in Vlaanderen bekende kunstenaars als Paul Citroen, Jan Cremer, Willem Hussem, Piet Ouborg en Co Westerik, kan de lezer ook kennismaken met boeiend werk van vele anderen. Het boek wordt afgesloten met een uitgebreid notenapparaat, een literatuurlijst en een persoonsregister.