Neen, dit boek van impressario Theo van den Bogaard is niet een zoveelste muziekgeschiedenis; evenmin een zoveelste geschiedenis van de westerse wereld. Wel is het een poging om wie weinig vertrouwd is met klassieke muziek via verhalen over de historische context waarin die muziek ontstond, naar het beluisteren ervan te leiden.
Muziek ontstaat nooit in een vacuüm maar is per definitie ingebed in een biografische, maatschappelijke en historische context. De wellicht meest gekende voorbeelden van muziek die werd geschreven onder invloed van historische gebeurtenissen zijn de Derde Symfonie (de Eroica) van Ludwig van Beethoven en de Zevende Symfonie (de Leningradsymfonie) van Dmitri Sjostakovitsj. Uiteraard gaat het in dit boek over deze twee composities maar daarnaast komen nog 23 andere componisten aan bod uit pakweg de voorbije vierhonderd jaar. Hoofdzakelijk mannelijke toondichters uit Europa.
Van den Bogaard vertelt enthousiast en meeslepend over de verhouding tussen muziek en geschiedenis, over hoe historische gebeurtenissen concreet aanleiding waren voor het ontstaan van muzikale meesterwerken. Over hoe biografische omstandigheden, maatschappelijke ontwikkelingen, geopolitiek, ideologieën en filosofische strekkingen componisten beïnvloed(d)en. Maar ook over maatschappelijke reacties op de muziek, over hoe de politiek naderhand muziek verbant of recupereert, over hoe de receptie onderhevig is aan actuele gebeurtenissen.
Waarover het niet of nauwelijks gaat, dat is de muziek zelf. Hoe interessant en verhelderend deze verhalen ook zijn, de omstandigheden van toen verklaren niet waarom bepaalde composities vandaag, zoveel jaren, soms eeuwen na de feiten en in een wezenlijk andere context, nog steeds vaste waarden zijn op de concertpodia wereldwijd, terwijl andere werken ontstaan in dezelfde periode, opgelost zijn in de nevelen van het verleden. Elk goed muziekstuk ontstijgt vroeg of laat de context van zijn genese door intrinsieke muzikale, muzikaal-technische kwaliteiten, spirituele en esthetische betekenis. Kennis van vrijmetselarij en Verlichting bijvoorbeeld helpt zeer zeker maar is niet dwingend noodzakelijk om intens te kunnen genieten van een superieur meesterwerk als Mozarts Die Zauberflöte.
Af en toe gaat de auteur ook wel even te kort door de bocht. Waar het Prokofjev betreft bijvoorbeeld : “Prokofjev woonde immers in de Sovjet-Unie en componeerde er propagandamuziek” (p.223). Klopt, tenminste wanneer men enkel de laatste zeventien jaar van diens leven in aanmerking neemt maar dat wordt niet expliciet gezegd. Er zijn wel meer van dergelijke ongenuanceerde uitspraken te vinden.
Hoe dan ook, de aantrekkelijke manier waarop de verhalen verteld worden, de buiten-muzikale invalshoeken, het feit dat geen muzikale voorkennis is vereist, dat maakt dat dit boek de leek op het vlak van klassieke muziek zeker moet kunnen boeien en vooral ook stimuleren om het niet alleen bij het lezen van het boek te houden maar om over te gaan tot het luisteren naar de muziek. En dat is tenslotte de bedoeling.