Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.
‘Diefstal’ was de eerste roman die Abdulrazak Gurnah publiceerde, nadat hem in 2021 de Nobelprijs voor literatuur was toegekend. De jaren ’80 komen in beeld, zowel op het semi-autonome eiland Zanzibar als in Dar-es-Salam, de grootste stad op het vasteland. Samen vormen ze de Oost-Afrikaanse republiek Tanzania, een overwegend christelijke natie met een moslimmeerderheid in Zanzibar en Dar-es-Salam, waar ‘Diefstal’ zich afspeelt. Abdulrazak Gurnah (°1948) ontvluchtte de jonge republiek en emigreerde naar Groot-Brittannië, toen in 1967, en nog tot 1992, een Pan-Afrikaanse socialistische eenheidspartij er de plak zwaaide. ‘Diefstal’ is een roman zonder uitgesproken protagonist of het moet Badar Ismail zijn, de zoon van een nietsnut die uiteindelijk verweesd onderdak vond bij zijn norse grootvader en bij een welwillende oom. Deze oom Hadji is de echtgenoot van Raya, ooit uitgehuwelijkt aan een oudere, gewelddadige man en die, toen ze opnieuw trouwde, zoon Karim achterliet onder de hoede van haar vader. Als Karim naar zijn tot rust gekomen moeder terugkeert, is hij een knap student die een baantje versiert als milieuspecialist in dienst van de regering. Badar komt pas later te weten dat hij slechts als huisbediende bij deze familie kon intrekken om de schande van zijn afkomst te verdoezelen. De vijftienjarige Badar is noodgedwongen onderdanig, een nieuwsgierige en leergierige outsider, door zijn omgeving ook wel meeloper, luistervink of zelfs gluurder genoemd. Badar sluit vriendschap met Karim. Als Karim met de geschoolde Fauzia trouwt, trekt Badar bij hen in. Hij krijgt een baan in een hotel waar toeristen en hulpverleners logeren. Zo leert hij Jerry kennen, een hautaine blondine uit Londen die Karim verleidt tot een escapade die het einde betekent van zijn huwelijk met Fauzia. Tweemaal zorgt een diefstal - ook bij de onschuldige Badar – voor een versnelling in het verhaal. Maar diefstal is een wijze van overleven in deze corrupte maatschappij die nog de sporen draagt van het “stelende” koloniale bewind. In deze nieuwe roman zijn politieke geschiedenis en actualiteit discreet maar duidelijk aanwezig. Toch overwoekert de kritiek dit traag vorderende verhaal niet. Het boek zit vol details die de niet altijd goedaardige modernisering van dit land illustreren. Foto’s op een oude kalender aan de muur van een kapperszaak doen klanten dromen. Een transistorradio is een verzamelpunt voor vrienden. Mensen bekijken Amerikaanse series “zonder geluid om alleen te zwelgen in het schouwspel van al die rijkdom en het vanzelfsprekende zelfvertrouwen.” Ideologie verstoort nooit de scherpe blik en de nuance bij Abdulrazak Gurnah. Karim verlaat vrouw en kind voor een avontuurtje met de bloedmooie Engelse bezoekster. Badar vindt Karims gedrag verwerpelijk, maar was diens drang tot ontplooiing - hij versiert een lucratieve baan met EU geld - niet voorspelbaar en “enigszins begrijpelijk? En misschien legt Gurnah zijn grootste woede in de stuntelige woorden van een Tanzaniaanse vrouw over het hautaine gedrag en de ontwijkende “blinde” blik van de toerist of ngo-er. ”Vrijwilliger! Ze komen in hun grote auto’s die barmhartigheid van ze brengen. Ze kunnen beter in hun eigen land blijven en daar hun barmhartigheid doen.”
kunsttijdschriftvlaanderen.be gebruikt technische cookies die noodzakelijk zijn voor de werking van de website.