Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
In Spaanse loopgraven. België en de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) Vincent Scheltiens en Sven Tuytens 27/06/2026
Randschade Johan Clarysse 27/06/2026
Luc Peire. Abstractie in overvloed David Vermeiren, Fredie Floré, Domitille d’Orgeval, Bruno Verbergt 27/06/2026
Als de zon ondergaat. De familie Mann in Sanary Florian Illies 27/06/2026
100 fonkelingen van het Licht. Commentaren op de Regel van Sint Benedictus Nicolas Dayez 27/06/2026
De mens als beeld van God (inl., vert. aantekeningen Piet Hein Hupsch; voorw. Paul van Geest) Gregorius van Nyssa 27/06/2026
Kunsthistoricus Frits van der Meer aan zijn zus Martina, 1947-1987. Openhartige brieven over cultuur, geloof en landschap (inl. & annotaties Ton van S Frits van der Meer 27/06/2026
Het geschenk van de kunst. Een filosofische inleiding Jacques De Visscher 27/06/2026
Zingend rood. Topstukken van James Ensor, Rik Wouters en Jules Schmalzigaug Adriaan Gonnissen 27/06/2026
De aanval op Europa. Tussen Trump en Poetin Roel van Duijn 17/06/2026
Eigenzinnige vrouwen in de kunsten. Inspirerende vrouwenlevens Liddie Austin 17/06/2026
Tegen het Westen. In gesprek met onze vijanden Frédéric Martel 17/06/2026
Lazar (vert. Kris Lauwerys & Isabelle Schoepen) Nelio Biedermann 17/06/2026
De tweelingbroer Rob Kerkhoven 17/06/2026
Voor Joden verplicht. De verduistering van Joods bezit via bank Lippmann Rosenthal André Vermeulen 17/06/2026
Trumps Amerika. Een zoektocht naar de republikeinse kiezer Menno de Galan 17/06/2026
Een leven in juwelen. Nieuwe verhalen van juwelenhistoricus Martijn Akkerman Martijn Akkerman 17/06/2026
Nippon. Japan door de ogen van Philipp Franz von Siebold, 1832-1852 Kuniko Forrer en Matthi Forrer 17/06/2026
Naar Mekka. De hadj in zeven eeuwen reisverslagen Richard van Leeuwen 17/06/2026
Organisation Todt. Belgische collaborateurs en dwangarbeiders in dienst van de nazi’s Frank Seberechts 17/06/2026
12345678910...Laatste

Morren tegen de sterren

Luuk Gruwez
Morren tegen de sterren
De Arbeiderspers, 2026, 83 blz., EUR 19,99
ISBN: 9789029554299

Met ‘Morren tegen de sterren’ toont Luuk Gruwez nog maar eens hoe voldragen en haast tot de perfectie afgewerkt zijn vakmanschap als dichter is. Het bouwwerk van de bundel omvat zes harmonisch uitgewerkte afdelingen, de gedichten zijn apart opgebouwd uit strak in de hand gehouden strofes, met een uitgesproken voorkeur hier voor het kwatrijn, in een beperkt aantal gevallen terugvallend op de terzine of het kwintet, met in een al even beperkt aantal gevallen een losstaand slotvers dat de aan bod komende thematiek in het gedicht in perspectief plaatst. En verder is er het hele spectrum van poëticale stijlmiddelen die kleur geven aan de verzen: de paradox (misschien wel hét kenmerk van de verzen van Gruwez, denk bijvoorbeeld terug aan de bundels uit zijn debuutperiode, ‘De feestelijke verliezer’, of ‘Een huis om dakloos in te zijn’), enjambementen, assonanties in binnen- en eindrijmen, allitteraties… Ze lopen over en doorheen de verzen, zonder ook maar één keer de indruk te wekken van gezochtheid. Gruwez behoort duidelijk tot een generatie van dichters die gestaag aan de opbouw van een oeuvre hebben gewerkt, zonder daarbij toe te geven aan de vernieuwingsdrang die door andere dichters vaak onterecht als originaliteit wordt aangezien.
Het moge duidelijk zijn: ‘Morren tegen de sterren’ is een op en top herkenbare Gruwez, niet enkel vanuit formeel oogpunt, maar even nadrukkelijk door de thematische lijnen die worden uitgetekend. In zijn gedichten zoekt Gruwez – tegen beter weten in – een schuiloord tegen de vergankelijkheid: ‘Blijf desnoods, ook al ben je allang uitgebazuind, / glimmen als een glimworm die diep in de nacht / meent dat hij, hoe minnetjes ook, de wereld kan verlichten.’ (uit: ‘Wenken voor de laatste zucht’) De gevoelsstroom binnen de gedichten meandert tussen ‘Wel of niet’ (de titel van een van de gedichten), ook waar het de liefde betreft: ‘Maar nu ik je / in je halfduister ontwaar, doezelend konijntje / van me, nu ik luister of nog lucht in je longen / zit, vraag ik me af: ben je er nu wel of niet?’ En weer, aansluitend bij vorige bundels en prozaboeken, blijkt hoe intens de ik gericht is op het verzamelen en het bewaren van wat uiteindelijk gedoemd is te verdwijnen. Zo staat in het openingsgedicht van de bundel te lezen: ’wij wilden het meest behouden / wat wij niet eens hadden weten te verwerven.’ Gruwez heeft het over de vaderfiguur, ‘tot hij met al zijn erfelijk vlees kilo na kilo weer netjes / toonbaar wordt opgeblonken voor de wereld, mijn moeder’ (uit: ‘Gezinshereniging’), over zijn moeder (‘De hele tijd bestond ik niet enkel / uit mij, maar ook uit haar van wie ik lang voor / haar finale al wist: nooit is zij door mij nog in te halen’ (uit: ‘Reünie’). In wezen is het de dichter hierop te doen met zijn schrijven: ‘Tijd om nog snel / de edelste van alle kunsten te beheersen: / leren missen.’ (uit: ‘Evacuatie II’) 
En voor wie gedacht had dat voor Luuk Gruwez met zo’n indrukwekkend geheel van publicaties de finale in zicht is, de slotverzen van de bundel: ‘Maar u verzekeren dat ik zal zwijgen: / ik kan het niet, ik kan het niet.’ 

[Jooris van Hulle - 11/06/2026]