Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.

Zoeken  Genre 

 TitelAuteurDatum
De ravijnenvuller Guido van Heulendonk 22/10/2026
Systemen van tederheid (vert.Edgar de Bruin) Marek Sindelka 22/10/2026
De schilders van ‘De Kempen’ Kristof Ruelens (red.) 22/10/2026
Léon Spilliaert. From the Depths of the Soul. Updated Edition Anne Adriaens-Pannier 19/10/2026
Flaneren moet je leren Christiaan Weijts 19/10/2026
Katholiek geloven voor beginners Bart Paepen 19/10/2026
De coulissen van de Wetstraat. Vergeten verhalen uit de Belgische politiek Ivan De Vadder 19/10/2026
Reizen met klasse. Jeruzalempelgrims uit de Lage Landen rond 1500 Peter Stabel 19/10/2026
De vergeten Ridder. Het onbekende leven van Boudewijn van Heile (ca. 1254 – 1320) Xander Bruins 19/10/2026
Agrippa (vert. Rogier van Kappel) Robert Harris 19/10/2026
Koekoek Marieke de Maré 19/10/2026
Beduveld Christian de Coninck 19/10/2026
John Cale. Underdog in de underground Wouter Bulckaert 19/10/2026
God is minder dood dan we zeggen. Over de heropleving van de katholieke Kerk in West-Europa Erik De Smet 19/10/2026
De rector. Een universiteit in het verzet (1940-1944) Bert Cornelis 19/10/2026
In goede en kwade dagen Stefan Brijs 06/10/2026
Geheime levens Jo Claes 06/10/2026
Gevangen in vrede. Bosnië en Herzegovina, 30 jaar na de oorlog Marjolein Koster 06/10/2026
In het huis van de dichter Jan Brokken 06/10/2026
Geschiedenis zonder plan. Over keuzes, toeval en gevolgen Wim Jurg 06/10/2026
12345678910...Laatste

Morren tegen de sterren

Luuk Gruwez
Morren tegen de sterren
De Arbeiderspers, 2026, 83 blz., EUR 19,99
ISBN: 9789029554299

Met ‘Morren tegen de sterren’ toont Luuk Gruwez nog maar eens hoe voldragen en haast tot de perfectie afgewerkt zijn vakmanschap als dichter is. Het bouwwerk van de bundel omvat zes harmonisch uitgewerkte afdelingen, de gedichten zijn apart opgebouwd uit strak in de hand gehouden strofes, met een uitgesproken voorkeur hier voor het kwatrijn, in een beperkt aantal gevallen terugvallend op de terzine of het kwintet, met in een al even beperkt aantal gevallen een losstaand slotvers dat de aan bod komende thematiek in het gedicht in perspectief plaatst. En verder is er het hele spectrum van poëticale stijlmiddelen die kleur geven aan de verzen: de paradox (misschien wel hét kenmerk van de verzen van Gruwez, denk bijvoorbeeld terug aan de bundels uit zijn debuutperiode, ‘De feestelijke verliezer’, of ‘Een huis om dakloos in te zijn’), enjambementen, assonanties in binnen- en eindrijmen, allitteraties… Ze lopen over en doorheen de verzen, zonder ook maar één keer de indruk te wekken van gezochtheid. Gruwez behoort duidelijk tot een generatie van dichters die gestaag aan de opbouw van een oeuvre hebben gewerkt, zonder daarbij toe te geven aan de vernieuwingsdrang die door andere dichters vaak onterecht als originaliteit wordt aangezien.
Het moge duidelijk zijn: ‘Morren tegen de sterren’ is een op en top herkenbare Gruwez, niet enkel vanuit formeel oogpunt, maar even nadrukkelijk door de thematische lijnen die worden uitgetekend. In zijn gedichten zoekt Gruwez – tegen beter weten in – een schuiloord tegen de vergankelijkheid: ‘Blijf desnoods, ook al ben je allang uitgebazuind, / glimmen als een glimworm die diep in de nacht / meent dat hij, hoe minnetjes ook, de wereld kan verlichten.’ (uit: ‘Wenken voor de laatste zucht’) De gevoelsstroom binnen de gedichten meandert tussen ‘Wel of niet’ (de titel van een van de gedichten), ook waar het de liefde betreft: ‘Maar nu ik je / in je halfduister ontwaar, doezelend konijntje / van me, nu ik luister of nog lucht in je longen / zit, vraag ik me af: ben je er nu wel of niet?’ En weer, aansluitend bij vorige bundels en prozaboeken, blijkt hoe intens de ik gericht is op het verzamelen en het bewaren van wat uiteindelijk gedoemd is te verdwijnen. Zo staat in het openingsgedicht van de bundel te lezen: ’wij wilden het meest behouden / wat wij niet eens hadden weten te verwerven.’ Gruwez heeft het over de vaderfiguur, ‘tot hij met al zijn erfelijk vlees kilo na kilo weer netjes / toonbaar wordt opgeblonken voor de wereld, mijn moeder’ (uit: ‘Gezinshereniging’), over zijn moeder (‘De hele tijd bestond ik niet enkel / uit mij, maar ook uit haar van wie ik lang voor / haar finale al wist: nooit is zij door mij nog in te halen’ (uit: ‘Reünie’). In wezen is het de dichter hierop te doen met zijn schrijven: ‘Tijd om nog snel / de edelste van alle kunsten te beheersen: / leren missen.’ (uit: ‘Evacuatie II’) 
En voor wie gedacht had dat voor Luuk Gruwez met zo’n indrukwekkend geheel van publicaties de finale in zicht is, de slotverzen van de bundel: ‘Maar u verzekeren dat ik zal zwijgen: / ik kan het niet, ik kan het niet.’ 

[Jooris van Hulle - 11/06/2026]