Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.
David Diop (Paris, 1966) kreeg voor zijn roman ‘Meer dan een broer’ (2019) onder meer de Prix Goncourt des Lycéens en de Europese Literatuurprijs. Zijn recent verschenen ‘Où s’adosse le ciel’ (2025) werd voortreffelijk vertaald door Martine Woudt onder de titel ‘Waar de hemel rust’. In de als dubbelverhaal opgevatte roman trekt de Senegalees Bilal Seck eind negentiende-begin twintigste eeuw van Mekka naar Dakar en het nabijgelegen Saint-Louis, daar waar ‘de hemel rust’ (een verwijzing naar het westen waar hij heen trekt. Bilal is de tweeënzeventigste overbrenger van ‘de zuivere boodschap’, het verhaal over de oorsprong van zijn volk. Bijzonder mooi en treffend is hoe hij aan het slot zijn rol als griot doorgeeft aan zijn stom geboren dochter Netelli, die het lied opschrijft en zo haar rol als 73ste verteller weet in te vullen. De tocht van Bilal wordt in een breder kader geplaatst door het mythische verhaal over de uittocht uit Egypte, wanneer Wennefer, de opstandeling, met zijn aanhangers verbannen wordt. Zijn tocht wordt al even indringend beschreven als die van Bilal. Hij wordt op een afstand, die bepaald werd door de pijl die boogschutter Antef werd afgeschoten, gevolgd door Ptahhotep, die blijvend moet toezien dat de bannelingen er niet vandoor gaan. David Diop heeft daarbij oog en oor voor de liefdesperikelen van de betrokkenen, het altijd weer terugkerende spel van aantrekken en afstoten. In die zin krijgt de roman ook een diepmenselijk karakter dat binnen de context van de eeuwenoude saga van de uittocht uit Egypte personages uittekent die de lezer blijvend weten aan te spreken. Treffende beelden en ideeën kleuren het geheel. Over de liefde bijvoorbeeld tussen Bilal en Salimata: ‘De liefde laat zich niet misleiden. De liefde geeft willekeurig, zoals een fruitboom die in een verwilderde boomgaard aan zichzelf is overgelaten onverwachts vruchten biedt.’ (p. 260), met een functionele herhaling verder in de roman, maar dan toegeschreven aan Wennefer (p. 282). Of als het gaat om de mannelijke blik die op macht is gericht, altijd weer de macht: ‘De mannen met macht konden alleen tijdens hun leven een wereld van glorie voor zichzelf creëren. Het waren mannen die alleen met zichzelf bezig waren, verteerde door egoïsme, niet wetend dat hun aanspraak op goddelijke onsterfelijkheid niet langer zou duren dan hun aardse leven.’ (p. 171) Mooie ideeën om zeker eens bij stil te staan.
kunsttijdschriftvlaanderen.be gebruikt technische cookies die noodzakelijk zijn voor de werking van de website.