Hieronder vindt u de jongste recensies. Selecteer een genre, vervolgens selecteer de recensie die u wenst u te bekijken en klik tenslotte op 'Lees recensie'.
De Gentse schrijver Christophe Vekeman publiceerde in het voorjaar van 2024 het boek ‘Tot God’. Daarin getuigde hij van zijn bekering tot de rooms-katholieke kerk, al heeft hij het zelf liever over de ‘intensivering van zijn geloof’ na een religieuze ervaring in de Holy Trinity Church van Headington nabij Oxford, waar zijn geliefde auteur C.S. Lewis kerkganger was. Sinds die publicatie werd hij her en der uitgenodigd om uitleg te geven over zijn ‘uit de kast’ komen als gelovige. Hij leek zich te moeten verantwoorden voor zijn keuze. In zijn jongste non-fictie roman ‘Het gebeurt, het gebeurt elke dag’ doet hij relaas van wat hem de voorbije twee jaar overkwam. Dit boek heeft veel weg van apologetiek waarin de schrijver aan anderen wil uitleggen hoe hij tot geloof kwam, waarom hij nu voluit gelovig is en waarin hij gelooft. Vooral dat laatste kleurt de inhoud van zijn jongste pennenvrucht. Als neofiet die het geloof nog maar net omarmt, verbaast Vekeman er zich over dat katholieken hun geloof nogal uiteenlopend invullen, dat ze veel geloofszaken symbolisch duiden of relativeren, en dus dat ze nogal lauwe gelovigen zijn. Het is eigen aan bekeerlingen om meer stelligheid aan de dag te leggen dan wie al van jongs af aan het geloof meekreeg. Maar juist die vurigheid van de zendeling houdt medegelovigen een spiegel voor. Geloven ze nog in de kern van het christendom zoals die verwoord wordt in het credo? Er blijken nogal wat katholieke atheïsten rond te lopen – hoe ongelovig kun je als gelovige eigenlijk zijn? Voor Vekeman bestaat er geen christendom zonder geloof in de verrijzenis van Christus. Bovendien is dat geen eenmalig gebeuren, de verrijzenis gebeurt nog altijd. Het gebeurt elke dag, zoals de titel van zijn boek aangeeft. Voor wie het wil zien, voor wie gelooft, gebeuren er elke dag wonderen. Het wonder van Pieter de Rudder in 1875 in Oostakker-Lourdes neemt daarbij een centrale plaats in in dit boek. Tot zijn verbazing moet de schrijver wel vaststellen dat wie zelf een wonder overkwam, niet per se tot geloof komt. Het is misschien gemakkelijker om in de duivel en de hel te geloven vandaag, dan in God en het goede. Dit vervolg op ‘Tot God’ is een uitdagend relaas over de persoonlijke geloofsgroei van de schrijver, een geloof dat ook aan twijfel onderhevig is en zichzelf bevraagd, want je kunt te stellig worden en van je eigen waarheid een afgod maken. God zit niet in onze broekzak en is altijd groter en anders dan wij denken. Onze voorstellingen en overtuigingen schieten daarom altijd te kort. Finaal kun je God niet bewijzen en schiet de apologetiek tekort. Het mysterie blijft. We kunnen alleen knielen en het hoofd buigen. In zijn getuigenis vraagt Vekeman zich ook af of hij zijn bekeringservaring niet opgeklopt en uitvergroot heeft tot het bijna een leugen of een zelfbegoocheling werd. Maar wat hem overkwam, gelijkt sterk op de liefde op het eerste gezicht die hij had bij Mieke, die daarna zijn vrouw werd. Met het verstrijken van de tijd en het bestendigen van die liefde groeide ook dat eerste ogenblik uit tot een mythisch moment. Mag het eveneens zo verlopen bij de intensifiëring van het geloof? Dat het beginpunt, hoe onbeduidend dat eigenlijk ook was, steeds belangrijker wordt? Dat het wonder niet kleiner maar groter wordt? Ja, deze non-fictie roman geeft een eerlijke inkijk in de geloofsgroei van de schrijver. Zo’n authentieke belijdenissen blijven beroeren, ook in seculiere tijden.
kunsttijdschriftvlaanderen.be gebruikt technische cookies die noodzakelijk zijn voor de werking van de website.